Het hof is van oordeel dat een onrechtmatigheid in het traject voorafgaand aan het artikel 55 AWR verzoek en die ook toerekenbaar is aan de inspecteur in beginsel niet de rechtmatigheid van het artikel 55 AWR verzoek aantast. Dat kan anders zijn indien het onrechtmatige voortraject jegens de belastingplichtige heeft geleid tot een schending van een grondrecht zoals een schending van het verbod …
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:55&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken





Geef een reactie