Aan belanghebbende zijn verzuimboetes LB en premies opgelegd. Belanghebbende heeft de verschuldigde belasting (gedeeltelijk) niet tijdig betaald. In het onderhavige geval zijn er geen naheffingsaanslagen opgelegd. Gelet op de tekst van artikel 4.6, lid 1 aanhef en letter a van de Regeling is het Gerecht van oordeel dat de verzuimboetes daarom dienen te worden verminderd naar het minimum van NAf…
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:1&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken
Geef een reactie