• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BV2392, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 09/00600-GHK

2 januari 2012 door redactie

In de beroepsprocedure over een aanslag inkomstenbelasting waarbij een deel van de voorlopige teruggaaf heffingskorting werd teruggevorderd legt de inspecteur bij zijn verweerschrift een enveloppe over waarin zich ongeanonimiseerde uitspraken bevinden die door hem zijn geciteerd in het verweerschrift. Hij beroept zich voor deze stukken op geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb. De inspecteur stelt in de correspondentie naar aanleiding van de behandeling door de geheimhoudingskamer dat bedoelde stukken van belang zijn in het kader van toetsing van het meerderheidscriterium en dat privacy redenen hem beletten deze uitspraken aan belanghebbende te overleggen. Belanghebbende verklaart dat overleggen van geanonimiseerde uitspraken voor hem voldoende is. De geheimhoudingskamer oordeelt dat na anonimisering de door de inspecteur aangevoerde redenen niet langer gelden en draagt de inspecteur op om de geanonimiseerde uitspraken in te zenden zodat deze ter kennisneming aan belanghebbende kunnen worden verstrekt. De geheimhoudingskamer verwijst de zaak vervolgens naar de kamer die de hoofdzaak behandelt.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BV2392

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BV2486, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11/00325
Volgende artikel
LJN: BV7420, Gerechtshof Leeuwarden, BK 10/00298 Inkomstenbelasting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Effectief prompten en veilig werken met tools als ChatGPT, Claude, Copilot en GenIA-L Tijdens deze online basistraining leer je in twee uur welke mogelijkheden generatieve AI biedt voor de fiscale praktijk. Je maakt kennis met AI en de verschillende generatieve AI-tools. Je leert waaraan goede prompts moeten voldoen om optimale resultaten te behalen. Je krijgt... lees verder

ECLI:NL:RBZWB:2026:1300 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-02-2026, BRE 25/2868

WOZ Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1300&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:1297 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-02-2026, BRE 25/384

8:54; 8:75a; De ingebrekestelling is op 6 januari 2025 door de heffingsambtenaar ontvangen. Belanghebbende heeft op 20 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar. Belanghebbende is te vroeg in beroep gegaan. De termijn van twee weken die in de ingebrekestelling staat, was namelijk gelet op de datum van... lees verder

ECLI:NL:RBZWB:2026:1298 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-02-2026, BRE 25/382

8:54; 8:75a; De rechtbank constateert dat in het geval de uitspraak op bezwaar van 21 februari 2024 niet rechtsgeldig is gedaan, omdat deze – zoals belanghebbende stelt – niet door belanghebbende is ontvangen, belanghebbende te vroeg in beroep is gegaan. De termijn van twee weken die in de ingebrekestelling staat, was namelijk gelet op de... lees verder

ECLI:NL:RBZWB:2026:1296 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-02-2026, BRE 25/390

8:54; Het beroep is kennelijk ongegrond. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. In het geval een belanghebbende wel in staat is geweest om binnen de wettelijke termijn bezwaar te maken, maar dat niet heeft gedaan omdat hij daartoe toentertijd geen reden had, kan een nadien opgekomen reden, zoals een wijziging in juridisch inzicht, niet bewerkstelligen... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×