• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BX4034, Hoge Raad, CPG 11/03600

10 augustus 2012 door redactie

CONCLUSIE PG X, wonende te Z (hierna: belanghebbende), is als belastingadviseur werkzaam voor C N.V. (hierna: C), van welke organisatie hij met ingang van 1 juli 2006 tot ‘partner’ is benoemd. C maakt als gevoegde dochtermaatschappij deel uit van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met Holding D B.V. (hierna: D Holding). Belanghebbende houdt via een vennootschap waarvan hij directeur en tevens enig aandeelhouder is middelijk één aandeel in D Holding. Met belanghebbende waren er op dat moment ongeveer 250 aandeelhouders in D Holding, die ieder één aandeel hielden. Door belanghebbende is in juli 2006 bij F. van Lanschot Bankiers N.V. (hierna: de Bank) een geldbedrag van € 205.500 geleend, welk bedrag hij eveneens in juli 2006 heeft aangewend om aan C een achtergestelde lening te verstrekken van € 205.500 (hierna: de lening). Het geschil in cassatie betreft de vraag of de door belanghebbende aan C verstrekte geldlening dient te worden aangemerkt als het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen aan een samenwerkingsverband in de zin van artikel 3.92, lid 1, aanhef en onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: de Wet). De A-G overweegt dat naar de bedoeling van de wetgever onder het begrip samenwerkingsverband in artikel 3.92, lid 1, onderdeel b, van de Wet in ieder geval moeten worden begrepen de in boek 7a van het Burgerlijk Wetboek geregelde samenwerkingsverbanden (zoals de maatschap, waaronder mede te begrijpen de bijzondere vormen commanditaire vennootschap en vennootschap onder firma, zie artikel 15, 16 en 19 Wetboek van Koophandel). Voorts heeft wetgever bewust ervoor gekozen de regeling niet te beperken tot situaties waarin de met de belastingplichtige verbonden persoon een doorslaggevend belang heeft (Kamerstukken I 1999-2000, 27 466, nr. 3, blz. 2 en blz. 29). De wetgever heeft, zo meent de A-G, met de ruime bewoordingen van onderdeel b beoogd die situaties te treffen waarbij de belastingplichtige de mogelijkheid heeft om door middel van de keuze in de wijze van aanwend

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BX4034

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BX4339, Rechtbank Breda, 11/5830
Volgende artikel
LJN: BX4346, Rechtbank Breda, 12/174

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

CDC-pensioenfonds geen gemeenschappelijk beleggingsfonds

De rechtbank oordeelt dat een pensioenfonds met een CDC-regeling geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is. De deelnemers dragen namelijk geen (voldoende) beleggingsrisico, waardoor de btw-vrijstelling niet geldt.

houtstook buren

WOZ-waarde verlaagd wegens taxatierapport eiser met betere referentiewoning

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning niet aannemelijk maakt. De eigenaar slaagt wel in zijn bewijslast, mede door een beter vergelijkbare referentiewoning.

zwartspaarders

Antiwitwasaanpak moet effectiever en gerichter

De minister van Financiën erkent dat de antiwitwasaanpak in de periode 2020–2024 beter kon en zet in op een meer risicogebaseerde en efficiënte aanpak. Tegelijk blijft het doel om lasten voor bonafide partijen te verlagen en barrières voor criminelen te verhogen.

ECLI:NL:RBOBR:2026:2072 Rechtbank Oost-Brabant, 03-04-2026, 25/2321

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser heeft een vliegreis gemaakt en in dat tijdsbestek zijn auto geparkeerd nabij het vliegveld. Hij krijgt drie naheffingsaanslagen op verschillende data, omdat hij geen parkeergeld heeft betaald. Eiser vindt dat het niet voldoende duidelijk was dat hij ter plaatse parkeergeld moest betalen, maar dat was het wel. Geen grond voor vernietiging van... lees verder

ECLI:NL:GHAMS:2025:2581 Gerechtshof Amsterdam, 23-09-2025, 24/233

Wet WOZ. IMSV. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:2581&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×