Het kabinet stelt voor om de aftrek specifieke zorgkosten te behouden en eerlijker en gerichter te maken. De regeling moet zich specifieker richten op mensen met relatief hoge meerkosten als gevolg van een chronische ziekte of beperking.
De aftrek specifieke zorgkosten (ASZ) is voor veel mensen met een chronische ziekte of beperking een belangrijke financiële steun. De regeling kent echter ook knelpunten en tekortkomingen. Zo is zij gevoelig voor fouten en onjuist gebruik door onduidelijkheid en ontbreekt gerichte medische toetsing. Ook is sprake van niet-gebruik en moeten belastingplichtigen de kosten eerst zelf betalen.
Het kabinet kiest er daarom voor de ASZ te behouden, maar de regeling gerichter en daarmee eerlijker te maken. Daarbij worden keuzes gemaakt in de kostensoorten die voor aftrek in aanmerking komen en in het drempelbedrag.
Minder kostensoorten aftrekbaar
Kostenposten waarvoor andere mogelijkheden voor vergoeding bestaan, komen te vervallen. Het gaat bijvoorbeeld om kosten rond gehoorapparaten. Ook kosten die vaker voorkomen bij mensen zonder chronische ziekte of beperking verdwijnen, zoals steunzolen, (reis)vaccins en tandartskosten. Hetzelfde geldt voor alternatieve geneeswijzen, waaronder behandelingen door een osteopaat of chiropractor en homeopathische geneesmiddelen.
Aftrekbaar blijven onder meer preferente medicijnen en reguliere voorgeschreven medicijnen die buiten de vergoeding vallen, vervoers- en dieetkosten, kosten voor kleding en beddengoed, hulpmiddelen, gezinshulp en reiskosten voor ziekenbezoek. Volgens het kabinet zijn dit belangrijke en periodiek terugkerende kosten.
Drempelbedragen omhoog
Daarnaast worden de drempelbedragen beperkt verhoogd. De lage drempel stijgt van 1,65% naar 1,7% en de hoge drempel van 5,75% naar 6,5%. Mensen met lagere inkomens worden daarbij zoveel mogelijk ontzien.
Met de aanpassingen wil het kabinet noodzakelijke financiële ondersteuning blijven bieden totdat er zicht is op een passender alternatief. Negatieve inkomenseffecten in individuele gevallen kunnen niet worden uitgesloten. Het kabinet blijft daarom werken aan een beter werkend alternatief en gaat hierover in gesprek met patiëntenorganisaties.




Geef een reactie