Een pand in eigen gebruik kan niet worden afgewaardeerd naar de liquidatiewaarde als de eigenaar nooit is geliquideerd. Een addendum op een koopovereenkomst dat in 2020 is opgesteld, kan de fiscale boekwaarde op de eindbalans 2019 niet beïnvloeden.
Een bv is moedermaatschappij van een fiscale eenheid, waarvan een dochtervennootschap eigenaar is van een pand waarin een andere dochtervennootschap een wellnesscentrum exploiteert. In oktober 2019 wordt een koopovereenkomst gesloten voor € 2.900.000. In maart 2020 wordt de verkoopprijs via een addendum verlaagd naar € 2.500.000, vanwege gewijzigde omstandigheden rondom de ontwikkelingsmogelijkheden. De huurder van het pand gaat in juli 2019 failliet. De bv waardeert het pand in 2018 af met € 1.000.000 en in 2019 naar € 2.500.000. De inspecteur accepteert beide afwaarderingen niet. In geschil zijn de aanslagen vpb 2018 en 2019.
Afwaardering en foutenleer in 2018
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bv het pand in 2018 niet mocht afwaarderen naar de liquidatiewaarde, omdat de eigenaar van het pand nooit is geliquideerd. Voor afwaardering naar lagere bedrijfswaarde ziet de rechtbank in de stukken evenmin aanleiding. Ook de subsidiaire beroepsgrond dat de foutenleer moet worden toegepast – omdat vanaf 2013 op actuele waarde is gewaardeerd en een te hoge bodemwaarde is gehanteerd – slaagt niet. De bv maakt tegenover de gemotiveerde betwisting door de inspecteur niet aannemelijk dat sprake is van een fout in de zin van de foutenleer. Bovendien heeft zij de hoogte van de gestelde inhaalafschrijving niet aannemelijk gemaakt.
Aanslag 2019 toch te hoog
Voor 2019 oordeelt de rechtbank dat het pand evenmin mag worden afgewaardeerd naar €2.500.000. Op de balansdatum was het addendum nog niet overeengekomen en waren er geen feiten of omstandigheden bekend die een afwaardering tot die waarde rechtvaardigden. Wel stelt de rechtbank vast dat de inspecteur ter behoud van rechten is uitgegaan van een te hoge boekwaarde op de eindbalans 2019. De aanslag vpb 2019 wordt daarom verminderd tot nihil en het verlies wordt vastgesteld op €1.050.979. De belastingrentebeschikkingen voor beide jaren worden verminderd op grond van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, waarin het 8%-tarief onverbindend is verklaard. De belastingrente 2019 vervalt geheel omdat de aanslag naar nihil wordt verminderd.
Wet: art. 3.25 en art. 3.30a Wet IB 2001; art. 8 Wet Vpb 1969; art. 30fc AWR
Bron: Rechtbank Gelderland, 13-03-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2055, AWB 24/7123 en 24/7124 | NDFR






Geef een reactie