De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beantwoordt Kamervragen over het bericht ‘Misbruik via de plof-bv: kinderlijk eenvoudig en niemand krijgt er vat op’.
De wetgever heeft het destijds wenselijk geacht dat lege, inactieve rechtspersonen op eenvoudige wijze konden worden beëindigd; de turboliquidatie is ingevoerd om dit mogelijk te maken. In de praktijk heeft deze regeling bonafide ondernemers in staat gesteld betrekkelijk snel en eenvoudig hun onderneming te beëindigen door voorafgaand aan de ontbinding alles van waarde te verkopen en schulden zoveel mogelijk af te lossen. Tegelijkertijd zijn er zorgen over misbruik door kwaadwillenden, met name als er schulden achterblijven en er minder procedurele waarborgen zijn dan bij faillissement.
Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie
De staatssecretaris bevestigt dat er geen volledig beeld is van de omvang van het misbruik van turboliquidaties. Misbruik doet zich voor, maar de omvang is lastig vast te stellen, omdat het vanwege beperkt inzicht in financiële stukken achteraf moeilijk is om te bepalen of bestuurders frauduleus hebben gehandeld. Eerdere signalen van misbruik hebben geleid tot de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Deze wet introduceert onder meer een aangescherpte verantwoordingsplicht, de mogelijkheid voor schuldeisers om bij niet-naleving inzicht te krijgen in de administratie en de mogelijkheid tot oplegging van een civielrechtelijk bestuursverbod bij het niet voldoen aan de deponeringsverplichting.
Op basis van een WODC-onderzoek, waaruit volgt dat de tijdelijke wet bij naleving bijdraagt aan meer transparantie en in mindere mate aan het voorkomen van misbruik, is de looptijd van de wet verlengd tot 15 november 2027 en is een wetgevingstraject gestart om de voorzieningen permanent te maken. Daarbij wordt bezien welke aanpassingen wenselijk zijn; in het tweede kwartaal van dit jaar volgt een nadere beleidsreactie.
Handhaving
De handhaving van de verantwoordingsplicht ligt bij Bureau Economische Handhaving (DFEI). In het nieuwe wetgevingstraject wordt ook de handhaving betrokken. Over een Duitse ‘duty to file’ merkt de staatssecretaris op dat Nederland kritisch was vanwege de moeilijk af te bakenen verplichting en het risico op aansprakelijkheid voor goedwillende ondernemers. De EU-richtlijn bevat dankzij Nederlandse inzet alternatieven, zoals verplichtingen tot transparantie of andere maatregelen met vergelijkbare schuldeisersbescherming. Bij implementatie wordt bekeken hoe hieraan invulling wordt gegeven.





Geef een reactie