Staatssecretaris Eerenberg heeft vragen beantwoord over het pakket Belastingplan 2027. De Tweede Kamer heeft deze vragen gesteld tijdens het eerste wetgevingsoverleg op maandag 12 oktober 2026.
Het kabinet gaat onder meer in op het inkomensbeleid, ondernemersfaciliteiten, innovatiebox, woningcorporaties, btw en enkele milieuheffingen.
Wetsvoorstel Belastingplan 2027
Startersaftrek. De reguliere startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10 en vervolgens per 1 januari 2028 afgeschaft. Ook de specifieke startersaftrek voor arbeidsongeschikten verdwijnt. Volgens het kabinet is die laatste regeling beperkt doeltreffend, relatief duur in de uitvoering en wordt zij nog maar zeer weinig gebruikt.
Innovatiebox. De forfaitaire regeling binnen de innovatiebox wordt verruimd om deze toegankelijker te maken voor het mkb en administratieve lasten te verminderen. Een verdere verlenging van de toepassingsduur naar vijf jaar wijst het kabinet af: dan zou bijna 80% van de kosten terechtkomen bij bestaande gebruikers of het grootbedrijf.
Earningsstrippingmaatregel. Het kabinet wil woningcorporaties gedeeltelijk uitzonderen van de generieke renteaftrekbeperking. Rente en gecorrigeerde winst die zijn toe te rekenen aan DAEB-activiteiten van woningcorporaties worden buiten de earningsstrippingmaatregel gehouden. Hiervoor is structureel circa € 425 miljoen beschikbaar.
Het kabinet meent dat dit binnen de Europese staatssteunregels kan zonder voorafgaande formele goedkeuring van de Europese Commissie, maar wil hierover vóór inwerkingtreding wel informeel zekerheid verkrijgen. Daarom treedt de maatregel op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking; beoogd is 1 januari 2028.
De uitzondering geldt niet voor private vastgoedbeleggers, ook niet wanneer zij sociale of middenhuurwoningen aanbieden. Het kabinet rechtvaardigt dit onderscheid doordat het vermogen van woningcorporaties wettelijk gebonden is aan de volkshuisvesting, zij onder toezicht staan en de uitzondering uitsluitend betrekking heeft op hun DAEB-activiteiten.
Volgens het kabinet levert de uitzondering woningcorporaties ongeveer € 14 miljard extra investeringsruimte op. Daarmee zouden, uitgaande van de verdeling uit de Nationale Prestatieafspraken, circa 35.000 nieuwe woningen kunnen worden gebouwd en 142.000 woningen kunnen worden verduurzaamd.
Wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2027
Een onderdeel betreft de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s van de zaak. Er komen uitzonderingen voor onder meer vervangend vervoer bij reparatie/onderhoud en kortdurend tijdelijk vervoer. Het kabinet wil geen algemene uitzondering voor kleine werkgevers, omdat dit de effectiviteit vermindert en nieuwe afbakenings- en uitvoeringsproblemen veroorzaakt.
Verder wordt bij bedrijfsfusies en splitsingen het bestaande onzakelijkheidsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar geschrapt naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad. Een verkoop binnen drie jaar is voortaan op zichzelf onvoldoende bewijs dat belasting wordt ontgaan of uitgesteld.
Wet fiscale stimulering start-ups en scale-ups
Het kabinet verwacht dat een gunstiger fiscale behandeling van aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. medewerkersparticipatie aantrekkelijker maakt, waardoor start-ups gemakkelijker personeel kunnen aantrekken en behouden.
Daarnaast werkt het kabinet aan een fiscale win-win-lening om meer particulier risicodragend kapitaal naar start-ups, scale-ups en het mkb te laten stromen. Besluitvorming hierover volgt bij de voorjaarsbesluitvorming. De regeling moet per 1 januari 2027 kunnen ingaan.
Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024
Dit wetsvoorstel implementeert onderdelen van het internationale Side-by-Side-pakket rond de wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).
Er worden vier veiligehavenregels geïntroduceerd. Het kabinet ziet deze als compromis om het internationale minimumbelastingstelsel overeind te houden en tegelijkertijd het gelijke speelveld en de concurrentiepositie van Europese en Nederlandse ondernemingen te beschermen. Sommige veilige havens kunnen ertoe leiden dat bepaalde bijheffingen op nihil worden gesteld.
De huidige innovatiebox kwalificeert niet als een uitgaven- of productiegerelateerde fiscale stimuleringsregeling onder de veiligehavenregels. EIA, MIA en KIA kunnen vanwege hun koppeling aan investeringsuitgaven wél kwalificeren.
Het kabinet gaat daarom breder onderzoeken hoe het fiscale innovatie-instrumentarium zich tot de wereldwijde minimumbelasting verhoudt. Daarbij wordt ook gekeken naar de Europese R&D-aftrek. De Kamer wordt hierover vóór de zomer van 2027 geïnformeerd.
Wet werkelijk rendement box 3 + novelle
Het kabinet wil vanaf 1 januari 2028 zo veel mogelijk overstappen naar een stelsel waarin werkelijk rendement wordt belast op basis van een vermogenswinstbelasting (VWB).
Vastgoed. Voor vastgoed dat niet of minder dan 90% wordt verhuurd, speelt de vastgoedbijtelling een rol. Deze is vooralsnog 3,35%. Dat percentage is bewust voorzichtig vastgesteld: het is gebaseerd op het tiende percentiel van de brutohuurwaarden, zodat 90% van de woningen feitelijk een hogere brutohuurwaarde kent. Begin 2027 laat het kabinet het percentage opnieuw onderzoeken, waarna een eventuele wijziging in het Belastingplan 2028 terechtkomt.
Het kabinet wil geen aparte tegenbewijsregeling voor eigen gebruik van vastgoed. De forfaitaire vastgoedbijtelling is juist gekozen vanwege eenvoud en uitvoerbaarheid; bovendien zijn de werkelijke kosten aftrekbaar.
Voor woningen wordt bij invoering van het nieuwe stelsel de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2028 de openingswaarde/verkrijgingsprijs. Zo wordt voorkomen dat de waardestijging over 2027 alsnog onder het nieuwe stelsel wordt belast. Tegen een onjuiste WOZ-waarde kan bezwaar worden gemaakt.
Voor vakantiewoningen komt begin 2027 nader extern onderzoek naar de rendementen en de passende vastgoedbijtelling.
Voor verhuurde woningen blijft bij de openingswaarde bovendien de leegwaarderatio relevant. Bij huurbescherming wordt de WOZ-waarde daarmee gecorrigeerd. Als de uitkomst van de leegwaarderatio 10% of meer boven de werkelijke economische waarde in verhuurde staat ligt, kan de belastingplichtige tegenbewijs leveren.
De versnelde overstap naar de vermogenswinstbelasting veroorzaakt aanvankelijk een budgettaire derving. Het kabinet zoekt de dekking zoveel mogelijk binnen het vermogensdomein en zou uiterlijk 2 november met een aangepast dekkingsvoorstel.




Geef een reactie