• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Beantwoording Kamervragen kritisch rapport ERK bestrijding schadelijke belastingregelingen

16 januari 2025 door Anne-Marie Noordenbos

Belastingontwijking

Meer dan zeven jaar na de invoering van de ATAD-richtlijnen is het nog steeds onduidelijk of de doelstellingen van deze richtlijn verwezenlijkt zullen worden. Staatssecretaris Van Oostenbruggen beantwoordt Kamervragen over het Speciaal Verslag van de Europese Rekenkamer ‘Bestrijding van schadelijke belastingregelingen en ontwijking van vennootschapsbelasting’.

De ERK merkt op dat bepaalde definities en termen in de EU-wetgeving door de lidstaten moeilijk te interpreteren zijn. Dit leidt tot verschillende interpretaties in de lidstaten (vooral de DAC 6-wezenskenmerken en de ‘main benefit test’). Dit is volgens de ERK van invloed op de nauwkeurigheid van de uitgewisselde DAC 6-inlichtingen, waardoor de strijd tegen belastingontwijking minder doeltreffend wordt.

De ERK concludeert ook dat er over het algemeen geen richtsnoeren van de Commissie voor de interpretatie en uitvoering van gecontroleerde EU-wetgeving zijn, hetgeen leidt tot uiteenlopende interpretaties door de lidstaten. De Commissie houdt doeltreffend toezicht op de omzetting van EU-wetgeving in nationale wetgeving en leidt inbreukprocedures in wanneer dat nodig is, maar voert haar evaluaties in sommige gevallen te laat uit. Als gevolg hiervan is het meer dan zeven jaar na de invoering van de ATAD-richtlijnen nog steeds onduidelijk of de doelstellingen van deze richtlijn verwezenlijkt zullen worden. Door de vertragingen bij de evaluaties is er geen accuraat beeld van de doeltreffendheid van de maatregelen die de EU heeft ingezet ter bestrijding van schadelijke belastingregelingen en ontwijking van vennootschapsbelasting.

Handmatige controles in Nederland

Nederland wordt ten aanzien van de DAC 6 op verschillende onderdelen als positief voorbeeld benoemd. De ERK merkt op dat drie van de vijf bezochte lidstaten geen kwaliteitscontroles uitvoert op de gerapporteerde DAC 6-inlichtingen. Nederland werd hier als positieve uitzondering genoemd omdat Nederland handmatige controles uitvoert op DAC 6-meldingen om de kwaliteit van de verzonden informatie te controleren. Daarnaast constateert de ERK dat vier van de vijf onderzochte lidstaten geen systematische risicoanalyses met betrekking tot DAC 6-inlichtingen uitvoeren, maar slechts onderzoek doen op ad-hoc basis. Nederland voerde in 2023 een systeem voor risicoanalyse in dat ondersteund wordt door speciale software en personeel. Het betreft een systeem dat op basis van regels de meldingen met verhoogde risico’s detecteert. Vervolgens worden de meldingen met een hoog risico handmatig beoordeeld. Dit gebeurt door het DAC 6-team van het dienstonderdeel Grote Ondernemingen van de Belastingdienst.

Tot slot heeft alleen Nederland een prestatiekader opgezet om de doeltreffendheid van maatregelen te beoordelen en te monitoren. Uit deze analyse blijkt dat de verschillende maatregelen die waren ingevoerd om belastingontwijking tegen te gaan hebben gezorgd voor een daling van de geldstroom vanuit Nederland naar laagbelastende landen.

Op de vraag over eventuele lopende onderhandelingen over de oprichting van een permanent fiscaal arbitrage comité kan op dit moment nog geen antwoord worden gegeven. Er is wel goede hoop dat gedurende de eerste helft van het jaar 2025 hier verandering in zal komen.  

Bron: Antwoord op vragen over het Speciaal verslag ‘Bestrijding van schadelijke belastingregelingen en ontwijking van vennootschapsbelasting’ d.d. 29 november 2024 van de Europese Rekenkamer, Ministerie van Financiën, 15 januari 2025

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
OESO publiceert nieuwe documenten Pijler 2
Volgende artikel
Internetconsultatie differentiatie vliegbelasting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

speciaal vignet voor grensarbeiders; coronacrisis

Bij Belgisch pensioen telt totaal brutobedrag voor drempel

Een in België wonende man ontvangt een Nederlands pensioen van ruim € 29.000 per jaar. De Hoge Raad oordeelt dat voor de drempeltoets van € 25.000 in het belastingverdrag Nederland-België het volledige brutobedrag aan pensioen en lijfrente in aanmerking moet worden genomen. Een man woont in de jaren 2014 tot en met 2017 in België... lees verder

minimumbelasting

Beantwoording vragen Side-by-Side-pakket

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer de beantwoording van het schriftelijk overleg over het Side-by-Side-pakket wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×