• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Bestuurder mag voorrang geven aan concurrente schuldeisers

16 maart 2016 door Giniraynha Poulina

Het enkele feit dat een bestuurder de schulden aan de concurrente crediteuren eerder voldoet dan de belastingschulden van de Belastingdienst, wil nog niet zeggen dat er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

In 2014 is de bestuurder van een bv aansprakelijk gesteld voor de nog openstaande belastingschulden van een in 2013 failliet verklaarde bv. De bestuurder erkende dat de schulden aan de concurrente crediteuren eerder waren voldaan dan de schulden van de Belastingdienst. Maar dat is op zichzelf genomen onvoldoende reden om van kennelijk onbehoorlijk bestuur te kunnen spreken. Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur moet worden onderzocht of de bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belastingschulden onbetaald zouden blijven. Volgens de rechtbank kon de bestuurder gelet op de positieve resultaten behaald in de maanden september en oktober 2012 menen dat de belastingschulden die in die maanden waren ontstaan, zouden kunnen worden betaald. In zoverre was er geen sprake geweest van onbehoorlijk bestuur. Echter vanaf november 2012 was de omzet drastisch gedaald en het negatieve cumulatieve resultaat in die maand liep op. November 2012 vormde volgens de rechtbank daarom het moment dat de bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belastingschulden onbetaald zouden blijven. De bestuurder moest dus pas vanaf november 2012 aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschulden. De rechter verminderde het bedrag van de aansprakelijkstelling met bijna € 17.000.  

 

Wet: artikel 36 Invorderingswet 1990

Meer informatie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 januari 2016 (gepubliceerd op 11 maart 2016), ECLI:NL:RBZWB:2016:657

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Gehuwde mantelzorger geen partner voor Successiewet
Volgende artikel
Geen BOF voor geërfde landbouwonderneming

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

fraude met AI in finaciele sector

Belastingdienst onderzoekt patroon van verdachte IH-aanvragen

De Belastingdienst heeft een patroon vastgesteld van aanvragen in de inkomensheffing met onregelmatigheden. Staatssecretaris Eerenberg informeert de Kamer over signalen van mogelijke fraude, de betrokkenheid van ketenpartners en de maatregelen die worden genomen om onterechte uitbetalingen tegen te gaan.

ANBI loket

Voortgang digitaal bezwaarproces

Staatssecretaris Eerenberg informeert de Kamer over de voortgang van het digitaal bezwaarproces en de stappen die worden gezet om volledig digitaal bezwaar zo spoedig mogelijk te realiseren.

massaal bezwaar plus procedure 2017 tot en met 2020

Blinde ondertekening aangiften leidt tot grove schuld

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de navorderingsaanslagen op basis van CRS-gegevens voldoende voortvarend zijn opgelegd. De vrouw die jaarlijks 'blind' de door haar man opgestelde aangifte ondertekende, treft grove schuld.

belastingaanslag

Belastingrechter onbevoegd bij schade door bankbeslag

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de belastingrechter niet bevoegd is om te beslissen over schade door bankbeslag en verrekening. De vennootschap moet daarvoor naar de burgerlijke rechter.

rente Vpb

Belastingrente Vpb verlaagd door arrest over 8%-tarief

Rechtbank Noord-Holland vermindert de rentebeschikking vennootschapsbelasting 2018, omdat het gehanteerde percentage van 8% over de periode 1 januari 2022 tot en met 13 mei 2023 in strijd is met een recent arrest van de Hoge Raad. Partijen zijn het eens over de uitkomst.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Verdiepingscursus Erven en schenken

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Masterclass communicatie voor de fiscale professional – pitchen, moeilijke gesprekken & presenteren

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×