De Hoge Raad vernietigt boetes opgelegd aan een autohandelaar wegens betrokkenheid bij btw-fraude in het buitenland. Opzet op het ontgaan van btw in een andere lidstaat levert geen beboetbaar feit op grond van artikel 67f AWR op.
Een bv die tweedehands personenauto’s verhandelt, verkoopt in de periode 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2016 auto’s aan afnemers in Roemenië, Hongarije, Slowakije en Kroatië, met toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen. Uit een boekenonderzoek blijkt dat de auto’s in werkelijkheid naar Berlijn worden vervoerd. De bv heeft vervoersdocumenten valselijk opgemaakt door als bestemming de vestigingsadressen van de buitenlandse afnemers te vermelden. De inspecteur legt naheffingsaanslagen omzetbelasting op over de tijdvakken 2014 en 2015/2016, alsmede boetebeschikkingen op grond van artikel 67f AWR wegens (voorwaardelijk) opzet. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigt zowel de naheffingsaanslagen als de boetes.
Opzet gericht op andere lidstaat
In cassatie stelt de bv dat het hof heeft miskend dat de inspecteur ter zitting heeft verklaard dat het opzet van de bv niet was gericht op het ontgaan van omzetbelasting in Nederland, maar op het ontgaan van btw in een andere lidstaat. De Hoge Raad stelt voorop dat artikel 67f AWR uitsluitend ziet op rijksbelastingen die in Nederland op aangifte moeten worden voldaan. Voor een boete op grond van dit artikel moet het opzet of de grove schuld gericht zijn op het niet-betalen van omzetbelasting in Nederland. Opzet gericht op het ontgaan van btw in een andere lidstaat volstaat niet, ook niet als dat het functioneren van het gemeenschappelijke btw-stelsel in gevaar brengt.
Koerswijziging Hoge Raad: geen boete bij geweigerd nultarief
De Hoge Raad gaat verder en stelt een principieel punt vast: wanneer een naheffingsaanslag louter berust op het weigeren van het nultarief vanwege fraude of misbruik — terwijl aan de materiële voorwaarden voor dat nultarief wél is voldaan — levert het niet-betalen van die nageheven belasting geen beboetbaar feit op in de zin van artikel 67f AWR. De aldus nageheven omzetbelasting was immers niet eerder op grond van de Wet verschuldigd geworden. Toepassing van artikel 67f AWR zou in strijd komen met het legaliteitsbeginsel. De Hoge Raad komt hiermee uitdrukkelijk terug op zijn eerdere rechtspraak. De boetebeschikkingen worden vernietigd.
Wet: art. 67f AWR
Bron: Hoge Raad 20 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:279, 23/00082





Geef een reactie