Rechtbank Gelderland vernietigt een vergrijpboete van € 60.000 die is opgelegd aan een belastingadviseur als vermeend feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige, omdat de toestemmingsprocedure onzorgvuldig is doorlopen én het bewijs voor zijn betrokkenheid volledig ontbreekt.
Een belastingadviseur is naamgever en werkzaam bij een belastingadvieskantoor dat diensten verleent aan diverse vennootschappen in een belastingbesparende structuur. De (indirect) aandeelhouder van die vennootschappen is indirect aandeelhouder van zowel Nederlandse als op Curaçao gevestigde vennootschappen. Na een vestigingsplaatsonderzoek concludeert de inspecteur dat de werkelijke leiding van de Curaçaose vennootschappen vanuit Nederland wordt uitgeoefend. Voor het jaar 2015 legt de inspecteur aan drie vennootschappen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting op. Aan de belastingadviseur legt de inspecteur bij beschikking van 21 december 2021 een vergrijpboete van € 70.000 op, die na bezwaar wordt verminderd tot € 60.000. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de boete terecht is opgelegd.
Toestemmingsprocedure onzorgvuldig doorlopen
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de voor een deelnemersboete vereiste toestemming als bedoeld in paragraaf 2, zesde lid, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) weliswaar is verleend, maar uitermate onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het verzoek om toestemming bevat slechts conclusies en geen concrete feiten en omstandigheden die zien op het handelen van de belastingadviseur zelf. Bovendien maakt het rapport van het vestigingsplaatsonderzoek nauwelijks onderscheid tussen het belastingadvieskantoor en de adviseur persoonlijk, waardoor ten onrechte de indruk wordt gewekt dat alle handelingen van het kantoor aan hem zijn toe te rekenen. Zo blijft onvermeld dat de belastingadviseur in bijna vijf jaar slechts 70 van de 1.006 gedeclareerde uren voor zijn rekening nam. De toestemmingsverleners hebben daardoor de waarborgfunctie die aan hen toekomt niet in acht genomen. De boete moet reeds om deze formele reden worden vernietigd.
Bewijs voor deelneming ontbreekt volledig
Bovendien oordeelt de rechtbank dat niet is bewezen dat de belastingadviseur als feitelijk leidinggever, medepleger of medeplichtige heeft deelgenomen aan een beboetbaar feit van de vennootschappen. Uit het omvangrijke e-mailverkeer en het vestigingsplaatsrapport volgt niet dat hij initiërend of coördinerend optrad, wist dat kernbeslissingen in Nederland werden genomen, of eindverantwoordelijk was binnen het belastingadvieskantoor. De inspecteur heeft zijn stellingen slechts onderbouwd met algemene verwijzingen naar grote hoeveelheden documenten, zonder concreet aan te geven welk bewijsmiddel welke stelling onderbouwt. Omdat de inspecteur tegen beter weten in heeft geprocedeerd en ernstig onzorgvuldig heeft gehandeld, kent de rechtbank een integrale proceskostenvergoeding toe van € 68.791,54.
Wet: art. 67e AWR
Bron: Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10883, AWB 24_849 | NDFR





Geef een reactie