Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting van toepassing is op de schenking van certificaten van aandelen. Volledige zeggenschap over de onderneming is daarvoor niet vereist.
Een vader houdt via een bv een belang van 34% in een andere bv die een onderneming drijft. In december 2022 schenkt hij 90% van de certificaten van aandelen in zijn bv aan zijn vier kinderen. Zij doen voor de verkrijging een beroep op de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting. De inspecteur weigert de vrijstelling. Volgens hem drijft de bv zelf geen materiële onderneming en zetten de kinderen de onderneming niet volledig voort omdat zij niet de volledige zeggenschap krijgen. Ook stelt hij dat de vrijstelling niet geldt voor de verkrijging van certificaten van aandelen. In geschil is of de bedrijfsopvolgingsvrijstelling van toepassing is.
Bedrijfsopvolgingsvrijstelling geldt
De rechtbank oordeelt dat de activiteiten en vermogensbestanddelen van de onderliggende bv moeten worden toegerekend aan de bv waarvan de certificaten zijn geschonken. Daardoor drijft deze bv een materiële onderneming. Het belang van 34% in de onderliggende bv staat toepassing van de vrijstelling niet in de weg. Ook is niet vereist dat de kinderen volledige zeggenschap krijgen, bestuurder worden of beschikken over een schriftelijk overnameplan. De schenking van certificaten zonder stemrecht vormt evenmin een belemmering. Certificaten kunnen met aandelen worden vereenzelvigd als het economische belang bij de certificaathouder ligt. Wel moet de verkrijger het volledige economische belang behouden en moet de onderneming worden voortgezet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de naheffingsaanslag tot nihil.
Wet: art. 4 en art. 15, eerste lid, onderdeel b, WBR; art. 35c SW 1956
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 14-07-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9184, HAA 25/4451 | NDFR





Geef een reactie