• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Dga, verstrek lening aan B.V. vóór emigratie

19 maart 2019 door remco latour - michel van dun

Als een dga met emigratieplannen zijn B.V. een lening verstrekt en een eventueel afwaarderingsverlies wil kunnen aftrekken, moet hij de lening vóór zijn emigratie verstrekken. Alleen voor zover de waardedaling gedurende zijn Nederlandse binnenlandse belastingplicht is ontstaan, is het aftrekbaar van de Nederlandse belasting. Dr. mr. Michel van Dun geeft een reactie.

Een man had een aanmerkelijk belang in een B.V., die weer een meerderheidsbelang in een andere B.V. had. Beide B.V.’s waren gevestigd in Nederland. In 2006 emigreerde de man naar België. Op grond van de Nederlandse wet werd de aandeelhouder geacht zijn aanmerkelijk belang (fictief) te hebben vervreemd. Op grond van deze fictie legde de Nederlandse fiscus de man een conserverende aanslag op. In 2009 verstrekte de aandeelhouder twee leningen van in totaal € 140.000 aan de dochtermaatschappij van zijn B.V.

 

In 2011 wilde de man een waardedaling van deze vordering aftrekken als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst stelt echter dat België ten aanzien van dit verlies heffingsbevoegd is. De Hoge Raad bevestigt dit standpunt. Het belastingverdrag tussen Nederland en België wijst vervreemdingsvoordelen uit een aanmerkelijk belang alleen toe aan Nederland voor zover de waardeaangroei is ontstaan vóór de emigratie. Deze bepaling geldt ook ten aanzien van schuldvorderingen die een aanmerkelijkbelanghouder heeft op zijn B.V. De Belastingdienst hoeft daarom de afwaardering niet te accepteren.

 

Reactie Michel van Dun

Wanneer een in België wonende aanmerkelijkbelanghouder een vordering heeft op de in Nederland gevestigde vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, rijst de vraag welk land heffingsbevoegd is ter zake van de waardeveranderingen van deze vordering: Nederland (het land waar de vennootschap/schuldenaar is gevestigd) of België (het land waar de aanmerkelijkbelanghouder/schuldeiser) woont?

 

In zijn arrest van 15 maart 2019, nr. 17/04329, geeft de Hoge Raad aan dat het antwoord daarop afhangt van de vraag of de vordering is ontstaan voordat de aanmerkelijkbelanghouder naar België is geëmigreerd, dan wel na diens emigratie is ontstaan.

 

Is de vordering ontstaan nadat de aanmerkelijkbelanghouder naar België is geëmigreerd (wat in deze procedure zo was), dan wijst het Verdrag met België de heffingsbevoegdheid ter zake van de waardeveranderingen van deze vordering volledig toe aan België. Dat geldt ook wanneer sprake is van een (afwaarderings)verlies op de vordering: dat verlies is in Nederland dan niet-aftrekbaar.

 

Alleen wanneer de vordering is ontstaan voordat de aanmerkelijkbelanghouder naar België is geëmigreerd, wijst het Verdrag met België de heffingsbevoegdheid toe aan Nederland. De Hoge Raad stelt in dat geval wel de aanvullende eis dat bij gelegenheid van de emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder naar België, een conserverende aanslag moet zijn opgelegd in verband met een fictieve vervreemding van de vordering. Naar mijn mening heeft deze aanvullende eis echter een hypothetisch karakter: conserverende aanslagen in verband met de fictieve vervreemding van een vordering bij gelegenheid van de emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder/schuldeiser, konden namelijk alleen worden opgelegd onder de Wet IB 1964. Onder de Wet IB 2001 geldt voor schuldvorderingen op vennootschappen waarin de schuldeiser een aanmerkelijk belang heeft, niet het aanmerkelijkbelangregime (Box 2) maar het ROW-regime (Box 1). Onder de Wet IB 2001 wordt de emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder/schuldeiser niet gezien als een fictieve vervreemding van diens vordering, maar vindt eindafrekening in de winstsfeer plaats. De conserverende aanslag waar de Hoge Raad in zijn aanvullende eis op doelt, kon zich daarom alleen in het verleden voordoen.

 

Dr. mr. M. (Michel) van Dun is werkzaam bij het PwC Knowledge Centre in Rotterdam en bij de Universiteit van Amsterdam

Binnenkort is zijn uitgebreide commentaar te lezen in het NTFR. Nog geen abonnee? Klik dan hier om 3 maanden kennis te maken met NTFR.

 

Wet: art. 3.92, tweede lid onderdeel a sub 1° en 4.16, eerste lid aanhef en onderdeel h Wet IB 2001

Verdrag: art. 13, paragraaf 5 Verdrag NL-België

Meer informatie: Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:358

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 22 maart 2019
Volgende artikel
CDA blokkeert stemming wetsvoostel spoedreparatie FE Eerste Kamer

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

onzakelijke lening

Winstuitdeling dga, maar pensioen niet belast als loon

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een geldverstrekking door een bv aan haar dga een winstuitdeling vormt omdat een terugbetalingsverplichting ontbreekt. De rechtbank beslist echter dat de inspecteur de pensioenaanspraak ten onrechte als loon uit vroegere dienstbetrekking heeft belast.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

salaris

Gebruikelijk loon dga volgt meest verdienende werknemer

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het gebruikelijk loon van een dga terecht heeft vastgesteld op het loon van de best verdienende werknemer.

Deelnemersboete € 167.500 vernietigd: dga mocht vertrouwen op belastingadviseur

Rechtbank Gelderland vernietigt een deelnemersboete van € 167.500, omdat de dga mocht vertrouwen op een gerenommeerd belastingadvieskantoor. De inspecteur bewijst niet dat sprake is van opzet bij feitelijk leidinggeven, medeplegen of medeplichtigheid.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Opleidingen

Verdiepingscursus DGA-advisering

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×