Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.
De beoogde inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel was 1 januari 2026. De inwerkingtredingsbepaling van het wetsvoorstel bepaalt dat, indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, de wet in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2026. Omdat het wetsvoorstel op 1 januari 2026 nog niet tot wet was verheven heeft de Europese Commissie Nederland inmiddels in gebreke gesteld. De Europese Commissie kan een infractieprocedure starten die er toe kan leiden dat Nederland een dwangsom of een boete wordt opgelegd.
Eerdere ervaringen met automatische gegevensuitwisseling, zoals DAC2 (CRS), laten zien dat sindsdien aantoonbaar meer buitenlands vermogen is opgegeven en dat wereldwijd meer dan € 135 miljard is geïnd via vrijwillige inkeer en andere nalevingsinitiatieven. Dit onderstreept volgens hem dat automatische gegevensuitwisseling een aantoonbaar effect heeft op de belastingnaleving.
Rapportageplicht voor cryptodienstverleners
Het wetsvoorstel legt een rapportageplicht op aan rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en exploitanten van cryptoactiva die wisseltransacties of overdrachten uitvoeren voor gebruikers. Zij moeten een ‘eigen verklaring’ met (persoons)gegevens en de fiscale woonstaat van de gebruiker verkrijgen, deze verifiëren en op basis daarvan vaststellen of sprake is van een te rapporteren gebruiker. Als een gebruiker fiscaal ingezetene is van een EU‑lidstaat of een staat die zich heeft gecommitteerd aan het Crypto‑Asset Reporting Framework (CARF), moeten grensoverschrijdende transacties over die gebruiker worden gerapporteerd. De rapportageplicht ziet niet op persoonlijke of ‘cold’ wallets, maar overboekingen naar en van dergelijke wallets via platforms vallen wél onder DAC8 en CARF.
Bij uitblijven of onbetrouwbaarheid van de eigen verklaring moet de aanbieder de gebruiker aanmanen, en uiteindelijk verhinderen dat te rapporteren transacties worden verricht. Bij opzet of grove schuld kan een bestuurlijke boete tot maximaal € 1.100.000 worden opgelegd, waarbij steeds moet worden getoetst aan proportionaliteit en rekening wordt gehouden met pleitbare standpunten.
Uitvoerbaarheid en lasten
De Belastingdienst acht DAC8 uitvoerbaar en ziet in de extra transactiegegevens een aanzienlijke verbetering van het handhavingsinstrumentarium, met name via risicogerichte controle van ingediende aangiften inkomstenbelasting. De staatssecretaris erkent dat aanbieders aanzienlijke incidentele administratieve lasten (geschat op € 25 tot € 30,4 miljoen) ondervinden, maar stelt dat zij bij uitstek in staat zijn fiscaal relevante gegevens te verzamelen, verifiëren en rapporteren, en dat daarmee een effectieve manier ontstaat om zicht te krijgen op wisseltransacties en overdrachten van belastingplichtigen.






Geef een reactie