Het kabinet ondersteunt een ambitieuze herziening van de Europese Richtlijn tabaksaccijns en pleit voor hogere minimumtarieven en een brede reikwijdte, inclusief nieuwe nicotineproducten. De staatssecretaris van Financiën beantwoordt vragen van verschillende fracties over de Nederlandse inzet in de Europese onderhandelingen.
De staatssecretaris licht toe dat het richtlijnvoorstel zeven categorieën tabaksfabricaten onderscheidt, waaronder een restcategorie “andere tabaksfabricaten” voor producten die niet in de andere categorieën passen, zoals kauw- en snuiftabak. Snus is hiervan uitgezonderd omdat dit op EU-niveau verboden is (met uitzondering van Zweden). Ook voor tabaksgerelateerde producten, zoals e‑liquids en nicotinezakjes, is een restcategorie opgenomen. Daarmee is het doel om alle voor menselijke consumptie bedoelde nicotinehoudende producten binnen de reikwijdte van de Richtlijn tabaksaccijns te brengen.
Minimumtarieven en koopkrachtcorrectie
De staatssecretaris onderschrijft dat een ambitieuzere verhoging van de minimumtarieven wenselijk is en wijst erop dat Nederland al relatief hoge accijnzen kent. Hij gaat in op de systematiek waarbij de EU‑minimumtarieven per lidstaat voor een derde worden gerelateerd aan het koopkrachtcijfer om rekening te houden met verschillen in prijsniveau. Een volledig koppelen aan koopkracht zou volgens de Europese Commissie kunnen leiden tot sterke prijsschommelingen en grotere verschillen tussen lidstaten; daarom is gekozen voor een gedeeltelijke correctie, gecombineerd met driejaarlijkse indexatie op basis van inflatie.
Het kabinet acht het vanuit beleidsmatig perspectief wenselijk dat het uniforme EU‑minimumtarief zo zwaar mogelijk weegt, maar is terughoudend met het expliciet bepleiten van een lagere koopkrachtcorrectie, omdat dit de bereidheid van lidstaten met een lagere koopkracht om hogere minimumtarieven te accepteren kan verkleinen.
Nieuwe producten: e‑liquids en vapes
Voor e‑liquids benadrukt het kabinet dat tabaks- en tabaksgerelateerde producten zoveel mogelijk gelijkwaardig moeten worden belast om substitutie te voorkomen. Het ligt daarom voor de hand het hogere minimumtarief voor e‑liquids met nicotine als vlak tarief per milliliter te hanteren voor alle e‑liquids, al zou dit voor veel lidstaten een forse verhoging betekenen. De uiteindelijke tariefhoogte op nationaal niveau is aan een volgend kabinet. Voor vapes geeft de staatssecretaris een illustratie van de minimale accijns per 2 ml‑vape op basis van de voorgestelde tarieven en de Nederlandse prijsniveau-index.
Het kabinet wijst verder op de voorgestelde koppeling met een nieuw EU‑eigen middel op basis van op de markt gebrachte tabaks- en tabaksgerelateerde producten. De grondslag wordt berekend door volumes te vermenigvuldigen met de geldende minimumtarieven, maar juridisch is dit eigen middel niet afhankelijk van het slagen van de herziening van de richtlijn.
Tot slot gaat de staatssecretaris in op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De uitbreiding van de reikwijdte – onder meer naar ruwe tabak – creëert een gelijker speelveld en versterkt toezicht, maar vraagt ook extra administratieve en fysieke controles, en dus meer douanecapaciteit.





Geef een reactie