Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat een onjuiste straatnaam in de naheffingsaanslag parkeerbelasting geen grond is voor vernietiging. De rechtbank merkt op dat eiser vermoedelijk generatieve AI als juridisch adviseur heeft ingeschakeld, waarbij een niet-bestaande uitspraak werd aangehaald.
Op 5 april 2025 staat een voertuig geparkeerd op een parkeerplaats in een naamloze zijstraat nabij de betreffende locatie in ‘s-Hertogenbosch, zonder dat parkeergeld is betaald. De heffingsambtenaar van de gemeente ‘s-Hertogenbosch legt een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Eiser maakt bezwaar omdat de straatnaam in de aanslag volgens hem onjuist is; de heffingsambtenaar handhaaft de aanslag. In beroep voert eiser aan dat de verkeerde straatnaam de vernietiging van de aanslag rechtvaardigt en dat een verkeersbord door begroeiing onvoldoende zichtbaar was.
AI-advies leidt tot niet-bestaande uitspraak
De rechtbank stelt vast dat eiser in zijn conclusie van repliek een uitspraak aanhaalt van Rechtbank Amsterdam van 18 augustus 2022 (ECLI:NL:RBAMS:2022:4703) die niet bestaat. Dit ziet de rechtbank als een sterke aanwijzing dat eiser generatieve AI als juridisch adviseur heeft gebruikt. Generatieve AI hallucineert volgens de rechtbank regelmatig bij het aanhalen van rechterlijke uitspraken. De rechtbank merkt op dat eiser zich de kosten van het griffierecht had kunnen besparen als hij een ter zake kundige had geraadpleegd.
Onjuiste straatnaam geen vernietigingsgrond
De omschrijving van de parkeerlocatie is bedoeld om voor eiser en de rechtbank voldoende duidelijk te maken waar het voertuig stond. Dit was eiser bij het instellen van beroep al kristalhelder, zoals blijkt uit het door hem overgelegde kaartje. De locatie op dat kaartje komt nagenoeg overeen met de door de heffingsambtenaar geregistreerde gps-coördinaten. Ook het argument over de onzichtbaarheid van het verkeersbord door begroeiing slaagt niet: langs de toegangswegen zijn zoneborden geplaatst waarop de betaalplicht in de zone staat vermeld, zodat de verplichting om parkeergeld te betalen voldoende duidelijk was gemaakt. Het beroep is ongegrond.
Wet: art. 234 Gemeentewet
Bron: Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:934, 25/1254 | NDFR




Geef een reactie