• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen bezwaar mogelijk tegen intrekken BIN

18 april 2018 door Remco Latour

Het intrekken van een eerder toegekend btw-identificatienummer door de Belastingdienst is geen voor bezwaar vatbare beschikking, zo oordeelt de Hoge Raad.

De Nederlandse fiscale autoriteiten zijn op grond van Unierecht verplicht een identificatiesysteem op te zetten. De invoering van dit identificatiesysteem houdt in het bijzonder verband met de handhaving van regels die gelden bij de heffing van btw met betrekking tot het intracommunautair handelsverkeer. De Belastingdienst heeft echter enige vrijheid in het toekennen of intrekken van een btw-identificatienummer (BIN). De Hoge Raad oordeelt daarom dat de intrekking van een BIN geen voor bezwaar vatbare beschikking is. Evenmin is zo’n intrekking te vergelijken met een voor bezwaar vatbare beschikking op een verzoek tot teruggaaf. Een ondernemer kan namelijk ook btw van een andere lidstaat terugvragen als hij geen BIN van dat land heeft. Hij kan in zo’n geval de Belastingdienst verzoeken hem uit te nodigen tot het doen van aangifte.

 

Wet: artt. 2a, eerste lid, onderdeel g en 31, tweede en achtste lid Wet OB 1968 en art. 26, eerste lid, onderdeel b AWR

Richtlijn: artt. 214, 216 en 402 BTW-richtlijn 2006

Meer informatie: Hoge Raad 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:505

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Verleende familiegunst aan petekind pakt verkeerd uit
Volgende artikel
Nog negen belastingparadijzen op de zwarte lijst

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

naheffing

Antwoorden op vragen over naheffingen verbruiksbelasting alcoholvrije dranken

Staatssecretaris Heijnen beantwoordt Kamervragen over naheffingen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken bij producenten van voedingssupplementen in poedervorm. De staatssecretaris kan vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht en mogelijk lopende procedures niet ingaan op individuele gevallen, maar schetst in algemene zin de kaders waarbinnen de Douane opereert. De Douane is een uitvoeringsorganisatie die de juiste toepassing van... lees verder

Belastingrente Vpb fors teruggeschroefd, maar blijft pijnpunt

De Hoge Raad schaft de 8%‑belastingrente in de VPB af. Dit heeft grote gevolgen voor massaal bezwaar, toekomstige rentepercentages en box 3‑compensatie.

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Inspecteur mag verzoek om verliesbeschikking niet afwijzen na aanslagtermijn

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur ten onrechte weigert verliesbeschikkingen vast te stellen. Ook als de aanslagtermijn en de reguliere navorderingstermijn zijn verstreken, kan de inspecteur nog een voor bezwaar vatbare verliesbeschikking afgeven.

anoniem melden notarissen

Onderzoek naar gebruik RAM-spreadsheets bij Belastingdienst

Het is onaannemelijk dat het gebruik van de onderzochte Risico Analyse Model (RAM)-spreadsheets heeft geleid tot ongelijke behandeling of onterechte nadelige financiële gevolgen bij de selectie van aangiften inkomstenbelasting. Staatssecretaris Heijnen ziet daarom geen reden tot herstel.

ijssalon fiscale eenheid

Fiscale eenheid OB door financiële en organisatorische verwevenheid

Het hof oordeelt dat een holding en haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. De verhuur van een pand en inventaris leidt tot niet-verwaarloosbare economische betrekkingen, zodat ook aan dit vereiste is voldaan.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×