Een bv brengt advieskosten in aftrek die verband houden met de Amerikaanse GILTI-wetgeving en de tax compliance van haar dga. Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de herstructureringskosten zakelijk zijn, maar de compliancekosten uitsluitend de persoonlijke belangen van de dga dienen.
Een bv is tophoudster van een concern dat actief is in de softwaredienstensector. De dga is in 2014 door de bv uitgezonden naar de VS als CEO van een Amerikaanse dochtervennootschap. Per 1 januari 2018 treedt in de VS de GILTI-wetgeving in werking, die voorziet in een heffing bij aandeelhouders over niet-uitgekeerde winsten van buitenlandse vennootschappen. De bv maakt in 2018 in totaal € 156.871 aan advieskosten, waarvan € 127.043 samenhangt met een herstructurering ter voorkoming van een GILTI-heffing bij de dga en € 29.828 betrekking heeft op de Amerikaanse tax compliance van de dga. De inspecteur weigert aftrek van beide kostenposten omdat deze uitsluitend de persoonlijke belangen van de aandeelhouder dienen.
Herstructureringskosten zijn zakelijk
Gerechtshof Den Haag oordeelt anders dan Rechtbank Den Haag over de aftrekbaarheid van de herstructureringskosten van € 127.043. Het hof stelt vast dat de GILTI-wetgeving tot gevolg zou kunnen hebben dat de ondernemingsresultaten van de bv en haar dochtervennootschappen fiscaal aan de dga worden toegerekend. De bv zag daarin een reëel risico voor haar groeimogelijkheden en continuïteit, omdat zij hoge dividenduitkeringen had moeten doen om de Amerikaanse belasting van de dga te financieren. De advieskosten zijn gemaakt in een periode waarin de definitieve vormgeving van de GILTI-wetgeving nog onzeker was. Dat de herstructurering mede bedoeld was om een GILTI-heffing bij de dga te voorkomen, doet niet af aan het zakelijke karakter ervan. Het hof staat aftrek toe.
Compliancekosten zijn privé
De € 29.828 aan compliancekosten heeft betrekking op het invullen van Amerikaanse belastingformulieren (waaronder Form 1040, 5471 en 8938) die zijn ingediend door of namens de dga en die de Amerikaanse inkomstenbelastingpositie van de dga als aandeelhouder vaststellen. Naar hun aard zijn deze werkzaamheden een persoonlijke aangelegenheid van de dga. Het beroep van de bv op de uitzendingsovereenkomst en het besluit van de Staatssecretaris over extraterritoriale kosten slaagt niet, omdat dit een loonbelastingvraagstuk betreft dat losstaat van de zakelijkheidstoets. De aftrek wordt geweigerd.
Wet: art. 30hb AWR
Bron: Gerechtshof Den Haag, 10-03-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:430, BK-24/991 | NDFR





Geef een reactie