• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hogere WOZ-waarde basis voor erfbelasting

28 februari 2014 door Marieke Jansen

Voor heffing van erfbelasting over woning gold tot 2012 de WOZ-waarde naar de peildatum van het voorafgaande jaar.De Hoge Raad oordeelde in navolging van Rechtbank 's-Gravenhage dat dit niet in strijd is met het EVRM.

Bij overlijden in november 2010 liet een moeder aan haar kinderen een woning na. Voor de rechter stond vervolgens ter discussie naar welke waarde de woning had voor de heffing van erfbelasting. Na Rechtbank ´s-Gravenhage oordeelde ook de Hoge Raad dat de bijzondere waarderingsregel voor woningen van toepassing was. Op grond daarvan werd tot 1 januari 2012 aangesloten bij de WOZ-waarde van het verkrijgingsjaar. Dat is de waarde op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar. In dit geval moest de waarde van de woning dus worden bepaald naar een tijdstip dat 22 maanden vóór de verkrijging lag. Door een algemene waardedaling van woningen  in deze periode was de erfbelasting berekend naar een hogere waarde dan realiseerbaar op de sterfdatum. Met de praktische regeling is de wetgever echter niet buiten zijn ruime beoordelingsbevoegdheid getreden. Tegen de vaststelling van de WOZ-waarde staan rechtsmiddelen open. Ook in deze zaak is er dus een mogelijkheid geweest om de waarde van de woning, die ook geldt voor de heffing van erfbelasting, effectief te betwisten. De wetgever mocht een zekere ruwheid aanvaarden omwille van een vereenvoudiging in de uitvoering van de Successiewet. Er was in dit geval geen sprake van een individuele buitensporige last als gevolg van de ruwheid van de wettelijke regeling. Bij de wijziging van die bepaling per 2012 zag de wetgever uitdrukkelijk af van terugwerkende kracht. De inspecteur had terecht de hogere WOZ-waarde toegepast naar waardepeildatum van 1 januari 2009.

Wet: artikel 21 Successiewet (tekst 2010), artikel 1 Eerste Protocol EVRM

Meer informatie: Hoge Raad, 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:339

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Heffing lagere overheden, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Informatieplicht zwartspaarders KB-Lux onder dwangsom tot € 500.000
Volgende artikel
Belastingvrijstelling Koning niet voor burger

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

parkeren eigen terrein

Kosten van parkeerautomaten en parkeerapps verhaalbaar bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting

De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente Den Haag terecht kosten van parkeerautomaten doorberekent in naheffingsaanslagen parkeerbelasting. Deze kosten hangen meer dan zijdelings samen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Basiscursus Estate planning

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×