De rechtbank oordeelt dat de inspecteur ten onrechte weigert verliesbeschikkingen vast te stellen. Ook als de aanslagtermijn en de reguliere navorderingstermijn zijn verstreken, kan de inspecteur nog een voor bezwaar vatbare verliesbeschikking afgeven.
Een Curaçaose vennootschap maakt onderdeel uit van een internationale structuur met meerdere vennootschappen. De aandeelhouder houdt alle aandelen. De vennootschap is opgericht in 2008 en is in de jaren 2010 en 2012 tot en met 2015 statutair gevestigd op Curaçao. Na een vestigingsplaatsonderzoek concludeert de inspecteur dat de werkelijke vestigingsplaats in die jaren in Nederland ligt. Andere vennootschappen binnen de structuur krijgen navorderingsaanslagen vpb. De Curaçaose vennootschap heeft zelf in die jaren verliezen geleden en verzoekt in 2021 om verliesvaststellingsbeschikkingen voor 2010 en 2012-2015. De inspecteur wijst dat verzoek af en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de aanslag- en navorderingstermijnen zouden zijn verstreken. De vraag is of de inspecteur dit terecht doet.
Weigering is voor bezwaar vatbaar
Rechtbank Gelderland stelt voorop dat de inspecteur het bedrag van een verlies moet vaststellen bij voor bezwaar vatbare beschikking op grond van art. 20b Wet vpb. Dat een dergelijke beschikking normaal gesproken gelijktijdig met de aanslag wordt vastgesteld, betekent niet dat dit uitsluitend binnen de aanslagtermijn kan. Uit de wet volgt geen termijn voor het indienen van een verzoek om een verlies vast te stellen. Ook het feit dat geen aangifte is gedaan, staat daaraan niet in de weg. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad waaruit blijkt dat een verliesbeschikking ook mogelijk is als geen aanslag is opgelegd of als een aanslag buiten de termijn is vastgesteld. De schriftelijke weigering van de inspecteur is daarom een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Verliezen alsnog vastgesteld door de rechtbank
Omdat de inspecteur ter zitting erkent dat over de hoogte van de verliezen geen geschil meer bestaat, ziet de rechtbank aanleiding de zaak zelf af te doen. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar en stelt de verliesbeschikkingen vast voor de jaren 2010 en 2012 tot en met 2015.
Wet: art. 20b Wet vpb en art. 6:2 Awb
Bron: Rechtbank Gelderland, 12-12-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:10896, cl AWB 23_8006 | NDFR





Geef een reactie