• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Internationaal belastingrecht 2014: business as usual?

6 februari 2014 door Hans van den Hurk

Aan het begin van het nieuwe jaar kijkt Taxence met een aantal specialisten naar wat 2014 op fiscaal gebied zal brengen. In deze previews besteden we aandacht aan de wijzigingen die per 1 januari zijn doorgevoerd, maar kijken we ook naar eventuele toekomstige veranderingen. Hans van den Hurk laat als laatste in de serie zijn licht schijnen op de ontwikkelingen in het internationale belastingrecht. Van den Hurk is international tax partner bij Deloitte en is tevens hoogleraar aan de Maastricht University.

Het internationale belastingrecht verandert snel. Dit heeft meerdere oorzaken. Traditioneel betekende een goede internationale fiscale structuur een structuur waarbij de winst in bepaalde landen werd afgeroomd ten gunste van landen waar die winst lager werd belast. Een zuivere juridische benadering van het arms length beginsel helpt hierbij. Maar de ‘loser’ staten (dus die staten waar de winst kunstmatig wordt verminderd) accepteren veel minder makkelijk dat men door toepassing van een zuiver juridisch beginsel belastingopbrengsten ziet weglekken naar het buitenland. En dat kunnen ze ook vrij makkelijk doen omdat er geen multinational is die zich kan permitteren betreffende  landen links te laten liggen. Waarom zou India het accepteren dat  een toll manufacturing structuur ertoe leidt dat de vanuit Indiaas perspectief toegevoegde waarde maar voor een klein percentage aldaar wordt belast omdat bijvoorbeeld risico’s kunstmatig door een buitenlandse entiteit worden gedragen?

 

NGO’s en BEPS

Deze ontwikkeling lijkt te zijn geïnitieerd door verschillende non-gouvernementele organisaties die op een uitermate effectieve wijze de bedrijven uitdagen hun verantwoordelijkheid te nemen. In hun ogen is wat deze bedrijven doen juridisch wellicht juist maar ze zouden hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen en het anders moeten doen. Mede door deze door de NGO’s ingezette weg heeft een tweetal jaren geleden OESO het BEPS-rapport uitgebracht. Dit rapport is niet nieuw maar eigenlijk gebaseerd op eerdere rapporten van OESO. Een onderdeel van de OESO plannen ziet op een andere benadering van het arms length beginsel. Winstallocatie zou in de toekomst daar moeten geschieden waar ook daadwerkelijk waarde wordt toegevoegd. Ook wordt voorgesteld het gebruiken van hybrids in structuren aan banden te leggen. Het is duidelijk dat als dit alles van de grond komt het internationale belastingrecht sterk zal veranderen.

 

Corporate Social Responsibility

Maar wat betekent dit nu voor de adviespraktijk? Vele adviseurs geloven dat het zo’n vaart niet zal lopen. Anderen menen dat we aan de vooravond staan van een heel nieuw systeem. En de bedrijven zelf? Zij wachten niet af. Zij rapporteren in hun jaarverslag over Corporate Social Responsibility. In dat kader rapporteert inmiddels een redelijk deel van de 250 grootste Amerikaanse bedrijven ook over tax. Dus of alle internationale ontwikkelingen nu wel of niet doorgaan doet niet eens zoveel ter zake. Bedrijven kunnen niet afwachten en onderzoeken nu al hun fiscale structuur opdat duidelijk wordt of die op middellange en lange termijn houdbaar is.

 

Meer verandering dus dan ooit. Business as usual? Dat zeker niet maar in ieder geval ‘never a dull moment’!

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Wiebes officieel benoemd tot staatssecretaris van Financiën
Volgende artikel
Stichting voor social enterprises geen ANBI

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×