• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Inzicht in fiscale woonplaatsbepaling

4 februari 2019 door Remco Latour

Naar aanleiding van een Wob-verzoek heeft de staatssecretaris van Financiën diverse documenten openbaar gemaakt die inzicht geven in de manier waarop de Belastingdienst de fiscale woonplaats van een natuurlijk persoon bepaalt. Daarbij richt de fiscus zich uitsluitend op Nederlandse feiten.

Binnenlands belastingplichtige

Een natuurlijk persoon die in Nederland woont, is belastingplichtig over zijn hele wereldinkomen. Alleen daarom al is het voor de Belastingdienst van belang om te bepalen in welk land iemand woont. Maar ook voor de heffing van schenk- en erfbelasting is de woonplaats van de schenker of erflater op het moment van overlijden of de schenking van belang. In sommige gevallen bestaat geen twijfel over de fiscale woonplaats van een belastingplichtige. Maar er zijn ook situaties waarin meer dan een staat claimt het woonland te zijn.

 

Feitelijke omstandigheden

Als twee staten stellen dat een natuurlijk persoon hun inwoner is, bepaalt doorgaans het belastingverdrag van welke staat deze persoon inwoner is. Een belastingverdrag gaat boven eventuele Nederlandse woonplaatsficties. Voor het verdrag zijn de feitelijke omstandigheden bepalend voor de fiscale woonplaats.

 

Woonplaatsonderzoek

Omdat feitelijke omstandigheden bepalen waar een natuurlijk persoon is gevestigd, zal een woonplaatsonderzoek van de Belastingdienst van zeer feitelijke aard moeten zijn. Daarbij is bovendien van belang dat vaak de inspecteur moet bewijzen dat iemand in Nederland woont. Volgens de openbaar gemaakte documenten is bij een wijziging van de woonsituatie de belastingplichtige degene die de bewijslast draagt. De Belastingdienst zal eerst nagaan of uw cliënt op basis van bepalingen in de nationale wet- en regelgeving in Nederland woont. Als dat namelijk niet het geval is, hoeft u geen beroep te doen op een belastingverdrag of andere regeling ter voorkoming van dubbele belasting.

 

Duurzame band van persoonlijke aard

Uit de openbaar gemaakte documenten blijkt dat de Belastingdienst bij een woonplaatsonderzoek nagaat of een persoon een duurzame band van persoonlijke aard heeft met Nederland. Volgens de stukken is niet noodzakelijk dat het middelpunt van het maatschappelijk leven van de persoon zich in Nederland bevindt.

 

Aanwijzingen duurzame band van persoonlijke aard

Feiten die duiden op een duurzame betrekking met een staat zijn onder meer:

  • de persoon beschikt feitelijk over een duurzaam tehuis;
  • de verblijfplaats van het gezin
  • de verblijfplaats van de persoon zelf;
  • aanwezigheid van sociale banden;
  • aanwezigheid van beroeps- of bedrijfsmatige bindingen;
  • aanwezigheid van financiële belangen;
  • bestedingspatroon;
  • intentie voor zover deze blijkt uit de feiten;
  • inschrijving in de basisregistratie persoonsgegevens (BRP);
  • nationaliteit.

De fiscus hanteert geen vaste rangorde voor deze omstandigheden toe, maar hecht wel veel waarde aan de duurzame woongelegenheid en de verblijfplaats van de partner en/of kinderen. Maar geen enkel feit is op zichzelf doorslaggevend.

 

Materiële en formele omstandigheden

De inspecteur moet ook onderscheid maken tussen formele en materiële omstandigheden. De verblijfplaats van het gezin het feitelijk verblijf van de belastingplichtige zelf zijn materiële omstandigheden. Voorbeelden van formele omstandigheden zijn de nationaliteit en de inschrijving in de BRP. Aan materiële omstandigheden moet de inspecteur een hogere waarde toekennen dan aan de formele omstandigheden.

 

Nederlandse feiten en omstandigheden

In bepaalde openbaar gemaakte documenten staat dat de Belastingdienst geen afweging hoeft te maken van binnenlandse en buitenlandse feiten. Buitenlandse feiten en omstandigheden spelen geen rol. Alleen wat de onderzochte persoon met Nederland bindt, is van belang voor de inspecteur.

 

Informatieplicht

Uw cliënt is verplicht de Belastingdienst informatie te verschaffen die van belang kan zijn voor het vaststellen van de belastbare feiten. Dat betekent dat de inspecteur hem ook kan vragen om informatie te geven die inzicht geeft in zijn woonplaats. Overigens geldt de informatieplicht ook voor buitenlands belastingplichtigen. Deze informatieplicht gaat echter niet zo ver dat de Belastingdienst naar informatie mag vissen.

 

Wet: art. 2.1, eerste lid, onderdeel a Wet IB 2001, art. 1, eerste lid SW 1956 en art. 47 AWR

Meer informatie: ministerie van Financiën 17 december, kenmerk 2018-0000214023

Filed Under: Internationaal & Europees recht, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Rente-eis bank maakt lening onzakelijk
Volgende artikel
Verzoek om vergoeding kosten bijstand omvat bezwaarkosten

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×