• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Kennisgroepstandpunt fictieve Braziliaanse bronbelasting en kostenaftrek

3 juli 2023 door Anne-Marie Noordenbos

bronbelasting Brazilie

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of kostenaftrek kan worden toegepast op fictieve Braziliaanse bronbelasting.

Een Nederlandse vennootschap (BV X) levert technische diensten aan afnemers in Brazilië. Brazilië heft geen belasting op de vergoeding voor die diensten, maar had dit wel mogen doen op grond van het Verdrag Nederland-Brazilië 1990. Op grond van artikel 23, vierde lid, onderdeel c, Verdrag wordt de in Brazilië betaalde belasting geacht 20% te bedragen (tax sparing credit). BV X wil deze fictieve Braziliaanse bronheffing niet verrekenen maar als kosten ten laste van haar Nederlandse belastbare winst brengen.

BV X mag de fictieve Braziliaanse bronbelasting niet als kosten in aftrek brengen.

De Braziliaanse inkomsten uit de door BV X geleverde diensten kwalificeren als royalty’s in de zin van artikel 12, derde lid, Verdrag jo. artikel 5 van het Protocol:

“Het is wel verstaan dat de bepalingen van artikel 12, derde lid, van toepassing zijn op vergoedingen van welke aard ook voor het verlenen van technische bijstand en technische diensten.”

Brazilië mag als bronstaat op grond van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, Verdrag 15% bronbelasting inhouden op de vergoeding. Nederland dient als vestigingsstaat op grond van artikel 23, derde lid, Verdrag verrekening te verlenen van de in Brazilië over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting. Op grond van artikel 23, vierde lid, onderdeel c, Verdrag wordt de in Brazilië betaalde belasting in het onderhavige geval geacht 20% te bedragen. Hoewel Brazilië feitelijk geen bronbelasting heft over het betreffende inkomen, dient Nederland op grond van het verdrag verrekening te verlenen voor een fictieve bronbelasting van 20%.

BV X wil de fictieve Braziliaanse bronbelasting echter niet verrekenen, maar als kosten in aftrek brengen. Het Verdrag kent deze voorkomingsmethode niet. Artikel 38 Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (hierna: Bvdb 2001) noemt wel de mogelijkheid van kostenaftrek, maar het Verdrag bevat geen verwijzing naar het Bvdb 2001.

Artikel 10, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) staat kostenaftrek van in het buitenland geheven belasting naar de winst of bestanddelen van de winst uitdrukkelijk niet toe indien een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is. Dat laatste is hier het geval.

In paragraaf 3.6.2 van het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 28 april 2023, is echter goedgekeurd dat een belastingplichtige ook onder toepassing van een belastingverdrag kan verzoeken om kostenaftrek op grond van artikel 38 Bvdb 2001. Deze bepaling schakelt de werking van artikel 10, eerste lid, onderdeel e, Wet Vpb 1969 uit. Hierdoor kan de vanwege een verdragsland geheven belasting ook als kosten in aftrek worden gebracht.

Toepassing van artikel 38 Bvdb 2001 biedt in dit geval echter geen soelaas. Deze bepaling eist voor kostenaftrek immers dat sprake is van ‘geheven belasting’. Zoals al opgemerkt betreft de tax sparing credit van 20% echter geen feitelijk geheven, maar fictieve Braziliaanse bronbelasting. Noch het Verdrag noch artikel 38 Bvdb 2001 biedt BV X dus de mogelijkheid om de onderhavige fictieve belasting als kosten in aftrek te brengen.

Bron: Belastingdienst, 30 juni 2023

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Kennisgroepstandpunt toepassing artikel 4.42a Wet IB 2001 bij terugkeer uit bv
Volgende artikel
Kennisgroepstandpunt artikel 8bd Wet Vpb 1969 en schuldvermenging

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

rente Vpb

Belastingrente Vpb van 8% moet worden verlaagd naar 4%

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het belastingrentepercentage van 8% voor de Vpb te hoog is. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026 moet de belastingrente worden berekend tegen 4%.

Topclub verliest belastingzaak na transfer naar Engeland: 75% heffing blijft staan

Een Nederlandse profvoetbalclub moet pseudo-eindheffing betalen over excessieve vertrekvergoedingen aan een speler die naar Engeland vertrok. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat drie opeenvolgende spelerscontracten voor de loonbelasting als één doorlopende dienstbetrekking moeten worden beschouwd. Ook de financiële problemen van de club bieden geen uitkomst.

Pillar2

Verdragenoverzicht belastingverdragen per 1 oktober 2026

Nederland heeft met een groot aantal landen belastingverdragen gesloten ter voorkoming van dubbele heffing van directe belastingen (onder andere inkomstenbelasting en dividendbelasting). Ook heeft Nederland verdragen afgesloten waarin de uitwisseling van fiscale informatie wordt geregeld.

cyprus

A-G: technisch ab-regeling terecht toegepast op Cypriotische tussenhoudster

A-G Pauwels concludeert dat de technisch-ab-regeling terecht is toegepast op dividenden die een Cypriotische vennootschap ontvangt van een Nederlandse dochter. Volgens de A-G is sprake van een kunstmatige constructie waarmee Nederlandse belasting wordt ontgaan.

Kunstcollectie is zakelijke belegging ondanks voorkeur dga

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de aankoop van een kunstcollectie een zakelijke belegging vormt. De persoonlijke voorkeur van de aandeelhouder voor bepaalde kunst maakt de uitgaven nog niet onzakelijk.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Opleidingen

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×