De Hoge Raad oordeelt dat bij een inhoudelijk gebrek in de aangifte de omkering en verzwaring van de bewijslast voor de gehele aanslag geldt als de vereiste aangifte niet is gedaan. De omkering hoeft dan niet te worden beperkt tot de onderdelen van de aanslag waarop het gebrek betrekking heeft.
Een bv doet voor 2015 aangifte vpb naar een belastbaar bedrag van € 374.423. Kort daarna laat de inspecteur weten dat een lopend boekenonderzoek wordt uitgebreid naar de aangiften vpb over 2013 tot en met 2015. Toch wordt de aanslag geautomatiseerd overeenkomstig de aangifte vastgesteld. Na het boekenonderzoek legt de inspecteur een navorderingsaanslag op naar een belastbaar bedrag van ruim € 2,1 miljoen. Een van de correcties betreft € 250.000 aan advieskosten. Tussen partijen staat vast dat deze factuur niet is betaald, dat daar geen tegenprestatie tegenover staat en dat deze per vergissing in de administratie is opgenomen. In geschil is onder meer of de inspecteur mag navorderen en of de bewijslast voor de gehele aanslag mag worden omgekeerd en verzwaard.
Navordering wegens kenbare fout
De Hoge Raad laat het oordeel in stand dat de inspecteur mag navorderen op grond van art. 16 lid 2 letter c AWR. De te weinig geheven belasting bedraagt ten minste 30% van de volgens de wet verschuldigde belasting. Daarmee wordt wettelijk verondersteld dat de fout voor de bv kenbaar is. Alleen als de bv bij ontvangst van de aanslag redelijkerwijs mocht aannemen dat deze toch juist was, kan dat anders zijn. Daarvan is geen sprake. De bv wist of moest weten dat de aftrek van € 250.000 onjuist was. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad juridisch juist en niet onbegrijpelijk.
Omkering geldt voor gehele aanslag
Bij inhoudelijke gebreken is de vereiste aangifte niet gedaan als de volgens de aangifte verschuldigde belasting zowel relatief als absoluut aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting en de belastingplichtige dit wist of moest weten. Is daarvan sprake, dan geldt de omkering en verzwaring van de bewijslast voor de gehele bestreden aanslag. Er is volgens de Hoge Raad geen reden om die zware bewijslast te beperken tot bepaalde geschilpunten. Dit ligt anders als de vereiste aangifte ontbreekt doordat een vraag in het aangiftebiljet niet of onjuist is beantwoord. In zo’n geval kan de omkering wel beperkt blijven tot geschilpunten waarvoor het antwoord op die vraag relevant is. Het cassatieberoep van de bv is ongegrond.
Wet: art. 16, art. 25 en art. 27e AWR
Bron: Hoge Raad, 09-10-2026, ECLI:NL:HR:2026:1484, 24/01480 | NDFR





Geef een reactie