De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft het standpunt over de kosten van het terugplaatsen van een cryo-embryo en uitgaven voor specifieke zorgkosten (KG:202:2023:34) ingetrokken.
In dit standpunt is geconcludeerd dat de kosten voor de terugplaatsing van cryo-embryo’s na een doorgaande zwangerschap bij een vrouw die ten tijde van de behandeling 43 jaar of ouder is, onder voorwaarden wel aftrekbaar zijn als uitgaven voor specifieke zorgkosten. De reden hiervoor is dat deze behandeling kwalificeert als vruchtbaarheidsgerelateerde zorg, maar niet als uitgaven voor in-vitrofertilisatie. De aftrekbeperking van artikel 39a, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 had enkel betrekking op uitgaven voor in-vitrofertilisatie. Met ingang van 1 januari 2026 spreekt artikel 39a, onderdeel a, URIB 2001 niet meer over uitgaven voor in-vitrofertilisatie, maar over uitgaven voor een vruchtbaarheidsgerelateerde zorg. Hierdoor is niet langer van belang of de kosten voor de terugplaatsing van een cryo-embryo bij een vrouw van 43 jaar of ouder kwalificeren als uitgaven voor in-vitrofertilisatie en verliest het standpunt haar belang. Deze kosten vallen onder vruchtbaarheidsgerelateerde zorg en zijn daarmee met ingang van 1 januari 2026 niet meer aftrekbaar als uitgaven voor specifieke zorgkosten. Voor de periode tot 1 januari 2026 blijft het ingetrokken standpunt zijn gelding behouden.





Geef een reactie