• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vrijstelling voor artiest die via bv in Spanje werkt

19 oktober 2021 door Remco Latour

Treedt een artiest via zijn bv op in een verdragsland dat de vrijstellingsmethode toepast? Dan kan het zijn dat hij recht heeft op een vrijstelling om dubbele belasting te voorkomen.

Een cellist woonde in Nederland maar trad op in verschillende landen. In 2012 was hij directeur en enig aandeelhouder van een bv. Zijn dienstverband met zijn bv als directeur was echter niet vastgelegd in een arbeidsovereenkomst. Met betrekking tot zijn werkzaamheden als uitvoerend musicus hadden de dga en zijn bv evenmin schriftelijke afspraken opgesteld. De bv ontving de gages voor de optredens en nam de zakelijke kosten voor haar rekening. Zij kende de cellist een vast salaris van € 74.755, toe, waarop de bv in Nederland € 27.973 aan loonheffing inhield. De cellist meende dat hij recht had op een tegemoetkoming ter voorkoming van dubbele belasting. Zowel de Belastingdienst als Rechtbank Noord-Holland meent dat de dga niet aannemelijk maakt dat hem buitenlandse bronbelasting ten laste is gekomen. Hij krijgt daarom geen tegemoetkoming toegekend. Zie ook NTFR 2019/2444 en ‘Eigen overzicht is geen bewijs toerekening bronbelasting’.

Vennootschap ontvangt gages

De cellist heeft meer succes voor Hof Amsterdam. Het hof hecht waarde aan zijn verklaring dat hij met zijn agent had afgesproken dat de organisatoren van de optredens de gages betalen aan de bv. Dat de bv de buitenlandse gages aangeeft als haar omzet, ondersteunt de stelling van de dga. Dat de dga vaak onder zijn naam contracteert, vindt het hof niet zo belangrijk. De dga heeft verklaard dat de tenaamstelling van het contract min of meer bij toeval gebeurt. Het is voor de organisatoren immers slechts van belang dat de cellist persoonlijk komt optreden. Of hij voor zijn inkomsten en kosten een Nederlandse bv gebruikt, maakt de organisator eigenlijk niet uit. Verder constateert het hof dat de dga zijn werkzaamheden als uitvoerend musicus verricht voor of vanuit zijn bv. Daarbij gaat het om niet-zelfstandige arbeid.

Vrijstellingsmethode

Vervolgens beoordeelt het hof of de dga recht heeft op een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting toekomt voor de gages uit Duitsland en Spanje. In 2012 gold nog het oude verdrag met Duitsland, waarin geen artiestenregeling was opgenomen. Daardoor heeft Nederland het exclusieve heffingsrecht over de vergoedingen uit Duitsland. De cellist heeft wel recht op toepassing van de vrijstelling voor werkzaamheden in Spanje. Overigens gaat het hof daarbij uit van een hoger totaalaantal werkdagen dan de cellist, en daarmee van een lagere vrijstelling.

Verrekenmethode

De cellist heeft in 2012 ook optredens gehad in landen waarmee Nederland de verrekenmethode in het belastingverdrag is overeengekomen. De dga stelt dat hij recht heeft op verrekening van de bronbelasting die zijn bv niet heeft kunnen verrekenen. Maar het hof verwerpt dat standpunt. De gages worden volledig aan de bv toegerekend. Daardoor kan alleen de bv bronbelasting verrekenen.

Verdragen: art. 17, 23A en 23B OESO-Modelverdrag en art. 18 Verdrag Nederland-Spanje

Wet: art. 3.81 Wet IB 2001

Besluit: art. 14 Bvdb 2001

Bron: Gerechtshof Amsterdam 14 oktober 2021 (gepubliceerd 18 oktober 2021), ECLI:NL:GHAMS:2021:3033, 19/01571

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Internetconsultatie Wijzigingswet verwijzingsportaal bankgegevens
Volgende artikel
Verzamelbesluit dividendbelasting geactualiseerd

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×