• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Oplopen r-c-vordering met loon wijst op onzakelijkheid

5 oktober 2021 door Remco Latour

Dat een rekening-courant oploopt door het verrekenen met het nettoloon van de dga, is een teken van onzakelijkheid van deze lening.

Een man was enig aandeelhouder en bestuurder van een holding, die weer alle aandelen in twee bv’s hield. De holding en haar twee dochtervennootschappen vormden een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting. De man was de enige werknemer binnen de FE. Binnen een van de dochtervennootschappen hield hij zich sinds 2000 bezig met de ontwikkeling van een mobiele waterkering. Vanwege dit innovatieve project had de bv recht op de afdrachtvermindering loonbelasting/PVV. Maar dan moest zij wel loonheffing afdragen voor werknemers die de ontwikkeling of het onderzoek uitvoerden. Daarnaast moest een duidelijk verband bestaan tussen de opgegeven (loon)kosten en de verrichte speur- en ontwikkelingswerkzaamheden.

Rekening-courantovereenkomst

In het eerste kwartaal van 2003 sloot de dga een rekening-courantovereenkomst met zijn holding. De holding was over haar schuld in rekening-courant (r-c) jaarlijks een marktconforme rente verschuldigd, die meteen in de r-c werd verrekend. Zij gaf bij wijze van zekerheidstelling een positieve/negatieve hypotheekverklaring af. Ook gaf zij een positieve/negatieve pandverklaring met betrekking haar bedrijfsinventaris, auto’s, overige vaste bedrijfsmiddelen en vorderingen af. Verder vond over de jaren 2010 – 2015 een verrekening plaats van in totaal € 246.026 aan nettoloon. Uiteindelijk had de dga eind 2015 een vordering in r-c op zijn holding van € 192.545. Over 2015 wilde hij de vordering afwaarderen. Zo wilde hij een negatief resultaat uit overige werkzaamheden opgeven van € 132.000. Maar de Belastingdienst vond de lening onzakelijk en weigerde de afwaardering.

Zekerheidstelling zonder reële betekenis

Het geschil tussen de dga en de fiscus belandt voor Hof Den Haag. De inspecteur voert aan dat men aan de positieve/negatieve hypotheek- en pandverklaringen geen reële betekenis kan toekennen. De desbetreffende onroerende zaak is namelijk voor meer dan de waarde bezwaard met hypotheken. Daarnaast is al een pandrecht ten gunste van de bank op de bedrijfsinventaris gevestigd. Verder is de r-c-overeenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd en is geen aflossingsschema overeengekomen. Daarnaast is de rente altijd in rekening-courant bijgeschreven. Vervolgens wijst de inspecteur op een stelling van de dga, dat zijn holding het salaris niet kon uitbetalen zonder de bedrijfscontinuïteit in gevaar te brengen. Onder deze omstandigheden zou een onafhankelijke derde geen geld willen lenen aan de bv tegen een winstonafhankelijke vergoeding.

Bijzondere omstandigheden?

De dga werpt tegen dat zijn onderneming niet valt te vergelijken met een handelsonderneming of een productiebedrijf. In de ontwikkelingsfase van een product ontbreekt immers een vaste inkomensstroom. Bovendien is de uitbetaling van zijn loon achterwege om zijn dienstverband als werknemer te behouden en dus niet vanwege aandeelhoudersmotieven. Daarnaast had de bank een achterstelling geëist, zodat de dga zijn vordering niet kon opeisen. Het hof ziet in deze omstandigheden geen bijzondere omstandigheden waaronder een derde ook een lening zou willen verstrekken. Het tegendeel is eerder waar. Het hof verklaart daarom het beroep van de dga ongegrond.

Wet: art. 3.92, eerste lid, onderdeel a Wet IB 2001

Bron: Gerechtshof Den Haag 29 juni 2021 (gepubliceerd 30 september 2021), ECLI:NL:GHDHA:2021:1713, BK-21/00074

Masterclass excessief lenen van en aan de bv

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Aftrekpercentage earningsstrippingmaatregel naar 20%
Volgende artikel
Objectief te verwachten voordeel vaak twistpunt met fiscus

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

vastgoed buitenland

Schuldoverneming voor kinderen verhoogt box 2-verlies niet

Een dga die schulden van zijn bv aan zijn kinderen overneemt en vervolgens prijsgeeft, doet daarmee geen informele kapitaalstorting. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch handelt hij vooral vanuit het privébelang van zijn kinderen en niet als aandeelhouder.

wettelijke termijn bij overlijden begunstigde

Vaststelling doorberekende kosten STAK verschuift naar 1 november

Het Besluit doorberekening kosten stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen wordt gewijzigd. De jaarlijkse uiterste datum waarop de minister van Financiën de bij betrokken vennootschappen in rekening te brengen beheerkosten vaststelt, verschuift van 1 mei naar 1 november.

dga-salaris

Niet-ingehouden loonheffing verlaagt belastbaar inkomen

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat niet-ingehouden loonheffing niet tot het belastbaar inkomen van een dga behoort als de inspecteur niet aannemelijk maakt dat dit bedrag op een andere manier aan hem ten goede is gekomen.

Standpunt over creëren schuldvordering bij afsplitsing

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of het bij een afsplitsing creëren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

overgang pensioen

Geen onrechtmatig handelen inspecteur, geen schadevergoeding

Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van een bv om vergoeding van materiële en immateriële schade af. Omdat de aan de bv en haar dga opgelegde aanslagen terecht zijn, valt niet in te zien dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online cursus Gebruikelijk loon 2027 | PE Accreditatie

AGENDA

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen | PE Accreditatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×