• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Verlies renteaftrek door late verdeling echtelijke woning

11 februari 2022 door Remco Latour

Van ex overgenomen hypotheek moet aan nieuwe eisen voldoen

Zolang een ex-partner belang heeft bij de waardeontwikkeling van de echtelijke woning, heeft de achterblijvende partner niet de volledige economische eigendom. Dat kan ertoe leiden dat een deel van de hypotheekrente voor beide ex-partners niet aftrekbaar is.

Een vrouw had met een man, haar partner, in 1998 een perceel gekocht. Daarop was een woning gebouwd, die voor twee derde eigendom van de vrouw was. De rest was eigendom van de man. Voor de financiering van de woning leenden de partners in totaal € 640.000 bij de bank en € 100.000 van de moeder van de vrouw. Beide partners sloten een samenlevingsovereenkomst, waarin de man verklaarde de vrouw ƒ 55.000 te zijn verschuldigd. Dit bedrag was een derde van het bedrag dat de vrouw meer had bijgedragen aan de aankoop van de woning dan de man. Verder spraken zij af dat de hypotheekrente ten laste kwam van beide partners naar rato van hun arbeidsinkomen. De partners woonden tot juli 2013 samen in de woning. Daarna verbraken zij hun relatie, waarop de man een huurhuis ging bewonen. De vrouw en haar vier kinderen bleven achter in de eigen woning.

Na het einde van het samenleven

De ex-partner van de vrouw betaalde tot en met september 2013 de lasten van de woning. De voorzieningenrechter bepaalde vervolgens dat hij de bank achterstallige hypotheekrente per 1 oktober 2013 en de maandelijkse hypotheekrente moest (door)betalen. Deze verplichting zou eindigen op het moment van levering van de woning aan derden of het ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid. Ondanks dit vonnis spraken de ex-partners af dat de man de helft van de hypotheekrente zou betalen. Hoewel de woning medio mei 2014 nog niet was verkocht, stopte de man met de betalingen. In 2016 betaalde de vrouw dan ook alle hypotheekrente. Bovendien ontving zij dat jaar inkomsten uit tijdelijke verhuur van de woning via Airbnb. Op 4 mei 2018 nam de vrouw het aandeel van haar ex-partner in de woning over, waarbij verrekening met haar vordering plaatsvond.

Geschil over hypotheekrenteaftrek

De vrouw en de Belastingdienst verschilden van mening over de vraag welk bedrag de vrouw in 2016 kon aftrekken als eigenwoningrente of alimentatie. Uiteindelijk oordeelt Hof Amsterdam als volgt. Het hof constateert dat de inschrijving van de woning op naam van de vrouw in de openbare registers pas op 7 mei 2018 heeft plaatsgevonden. Vanaf die datum had de vrouw de volledige juridische eigendom van de woning. Tot die datum ging het risico van waardeveranderingen ook de man voor een deel aan. Dat betekent dat de vrouw in 2016 evenmin de volledige economische eigensom van de woning had. Onder deze omstandigheden mag zij maar twee derde deel van de hypotheekrente aftrekken. Dat haar ex-partner zijn aandeel in de hypotheekrente evenmin mag aftrekken, is jammer, maar een keuze van de wetgever. Overigens zijn de inkomsten uit tijdelijke verhuur ook maar voor twee derde bij de vrouw belast.

Wet: art. 3.111, 3.112, 3.113, 3.119a en 3.120 Wet IB 2001

Bron: Gerechtshof Amsterdam 20 januari 2022 (gepubliceerd 9 februari 2022), ECLI:NL:GHAMS:2022:300, BKDH-21/00571

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Belastingteruggaaf partneralimentatie
Volgende artikel
Wijs tijdig op fouten in uitnodiging voor hoorzitting

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Appartementsrecht kwalificeert voor 70% als woning

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een voormalig winkel-/kantoorappartement voor 70% als woning geldt voor de overdrachtsbelasting. Voor dat deel mag het 2%-tarief worden toegepast, voor het overige 30% het algemene tarief van 10,4%.

hypotheek

Beantwoording Kamervragen over aflossingsvrije hypotheken

Minister Heinen  geeft antwoord op Kamervragen over aflossingsvrije hypotheken. De vragen zijn gesteld naar aanleiding van het bericht  'Strengere hypotheekvoorwaarden Rabobank: aflossingsvrij lenen ingeperkt' in het FD.

startersvrijstelling

Standpunt fictief regulier voordeel en woningschuld van in buitenland wonend verbonden persoon

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 4.14a, zesde lid, juncto artikel 4.14b, eerste lid, Wet IB 2001, de schuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon een eigenwoningschuld kan zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001.

eigenwoningschuld

Oversluiten hypotheek met te lange looptijd blokkeert renteaftrek

Bij het oversluiten van een hypotheek moet rekening worden gehouden met de resterende looptijd van de oude lening. Een later herstel van de looptijd werkt niet terug voor de renteaftrek in box 1.

Verhoogd eigenwoningforfait niet in strijd met EVRM

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait van 2,35% niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht uit het EVRM. De wetgever mag bij duurdere woningen meer gewicht toekennen aan het beleggingsaspect.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×