• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Beloningswens werkgever splitst heffingsbevoegdheid

7 april 2022 door Remco Latour

Ontslag; vergoeding; Belastingdient

Als een werkgever een ontslagvergoeding toekent als waardering voor in Nederland en in het buitenland verricht werk, moet men in principe de heffingsbevoegdheid splitsen.

Een man was heel 2017 woonachtig in Nederland. Hij had gedurende ongeveer 21 jaar op basis van een dienstbetrekking gewerkt bij een concern. De man verrichtte in de periode 1 november 1995 tot en met 31 augustus 2002 in Duitsland arbeid in dienst van een Duitse onderneming. Hij was van 1 september 2002 tot en met 31 mei 2017 in dienst bij een Nederlandse onderneming. Op 31 mei 2017 kende het concern de man een ontslagvergoeding toe van € 370.500. Volgens het concern moest men deze vergoeding zien als een waardering voor het goede werk dat de man in de afgelopen 21 jaar in Duitsland en Nederland voor het concern had verricht. De Belastingdienst merkte de hele ontslagvergoeding aan als Nederlandse inkomsten uit vroegere dienstbetrekking. Maar volgens de man was Duitsland heffingsbevoegd voor zover de ontslagvergoeding zag op de periode van 1 november 1995 tot en met 31 augustus 2002.

Beroep op OESO-commentaar

In de beroepsprocedure voor Rechtbank Gelderland doet de man een beroep op artikel 15 van het OESO-commentaar. Dit commentaar betreft heffingsbevoegdheid bij grensoverschrijdende ontslagvergoedingen. Het gaat dan in het bijzonder om de ontslagvergoeding die de werkgever op grond van een wettelijke of contractuele bepaling is verschuldigd. Zo’n vergoeding is te beschouwen als een beloning die valt onder het verdragsartikel voor inkomen uit niet-zelfstandige arbeid voor de laatste twaalf maanden van het dienstverband. Men dient deze vergoeding naar rato toe te rekenen aan de plaats waar het dienstverband tijdens die periode werd uitgeoefend. Bijzondere feiten en omstandigheden kunnen echter verplichten om van deze regel af te wijken. Bijvoorbeeld als de werkgever de ontslagvergoeding ziet als een vergoeding voor werk in Nederland en Duitsland, aldus de man. Rechtbank Gelderland is het op dit punt met hem eens.

Geen dubbele belasting

Toch baat het beroep op het OESO-commentaar de man hier niet. Om in aanmerking te komen voor voorkoming van dubbele belasting moet namelijk ten eerste sprake zijn van dubbele belastingheffing. Maar de rechtbank constateert dat Duitsland de ontslagvergoeding niet in de belastingheffing heeft betrokken. De Duitse fiscale autoriteiten hebben evenmin aanwijzingen gegeven dat van plan te zijn. De man heeft bovendien (nog) geen aangifte inkomstenbelasting over 2017 ingediend in Duitsland. Volgens de rechtbank is hier geen sprake van dubbele heffing en hoeft Nederland geen tegemoetkoming te geven.

Verdrag: art. 14 Verdrag NL-Duitsland

Wet: art. 10, eerste lid Wet LB

Bron: Rechtbank Gelderland 21 februari 2022 (gepubliceerd 1 april 2022), ECLI:NL:RBGEL:2022:904, AWB 21/1120

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Afromen van winst maakt administratie ondeugdelijk
Volgende artikel
Tweede Kamer wil verhoging onbelaste reiskostenvergoeding eerder dan in 2024

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×