• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

HR: Wet rechtsherstel box 3 is ook discriminerend

6 juni 2024 door Remco Latour

foutenleer

Uit een persbericht van de Hoge Raad blijkt dat de Wet rechtsherstel box 3 ook in strijd is met het discriminatieverbod in de Europese mensenrechten.

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad in het zogeheten Kerst-arrest geoordeeld dat het systeem van de forfaitaire vermogensrendementsheffing in box 3 een verboden vorm van discriminatie inhoudt. Zie NTFR 2022/37 en ‘Hoge Raad vervangt vermogensmix door werkelijk rendement’. Met de Wet rechtsherstel box 3 heeft de overheid het systeem aangepast met de bedoeling het conform het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) te maken. Volgens de Hoge Raad lost de berekening van het forfaitaire rendement op grond van deze herstelwet het gesignaleerde probleem doorgaans op voor mensen die niet risicovol beleggen voor zover hun vermogen bestaat uit banktegoeden. Het forfaitaire rendement voor banktegoeden benadert namelijk in de regel het werkelijke rendement.

Discriminatie bij beleggers

Dat ligt anders voor belastingplichtigen met overige bezittingen, dus voor mensen die overgaan tot het risicovol beleggen van hun vermogen. Het forfaitaire rendement daarvan wordt onder de Herstelwet namelijk op dezelfde wijze berekend als onder het oorspronkelijke stelsel. Daarmee blijft voor alle andere bezittingen dan banktegoeden onverminderd het probleem bestaan dat voor de Hoge Raad in het Kerst-arrest een reden was om een inbreuk op verdragsrecht aan te nemen. Namelijk dat een relatief ongelijke behandeling optreedt binnen de groep van deze belastingplichtigen, al naar gelang zij meer of minder succesvol zijn met hun beleggingen. Dit is een ongelijkheid die zich binnen deze groep van beleggers in betekenende mate voordoet. Daardoor treedt ook in de nieuwe berekening onder de Wet rechtsherstel box 3 een aanmerkelijk verschil in behandeling op tussen succesvolle en minder succesvolle beleggers.

Ongerechtvaardigde discriminatie

Dit verschil in behandeling wordt niet gerechtvaardigd door de belangen die de wetgever met de invoering van de Herstelwet heeft willen dienen. De Hoge Raad is daarom van oordeel dat ook het stelsel van de Herstelwet in strijd is met het discriminatieverbod in combinatie met de bescherming van het eigendomsrecht in gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Het maakt daarvoor niet uit hoe groot het verschil is tussen het forfaitair bepaalde rendement en het werkelijke rendement. Dit alles geldt ook voor de op 1 januari 2023 in werking getreden Overbruggingswet box 3.

Werkelijk rendement

Met het oog op de rechtseenheid en rechtszekerheid heeft de Hoge Raad in een aantal uitspraken van vandaag regels gegeven voor de berekening van het werkelijke rendement. Daarbij heeft de Hoge Raad zoveel mogelijk aangesloten bij het rendementsbegrip dat de wetgever voor ogen heeft gestaan bij de vormgeving van het forfaitaire stelsel in box 3. Bij de vaststelling van het werkelijke rendement dient het gehele vermogen (dus met inbegrip van banktegoeden) van de belastingplichtige in box 3 te worden betrokken, zonder aftrek van het heffingvrije vermogen. Het gaat om het nominale rendement, dus zonder rekening te houden met inflatie. Met het positieve of negatieve rendement in andere jaren wordt geen rekening gehouden. Dat sluit aan bij het stelsel van forfaitaire heffing in box 3.

Waardeveranderingen

Het werkelijke rendement omvat niet alleen voordelen die uit vermogensbestanddelen worden getrokken, zoals rente, dividend en huur, maar ook positieve en negatieve waardeveranderingen van die vermogensbestanddelen. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen behoren tot het werkelijke rendement. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het forfaitaire stelsel in box 3 wordt met kosten geen rekening gehouden, maar wel met rente van schulden die tot het vermogen in box 3 behoren.

Rechtsherstel

Een inbreuk op het discriminatieverbod in het EVRM en het eigendomsrecht in het EP vindt dus plaats in gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. In die gevallen moet rechtsherstel worden verleend. In die zin had de Hoge Raad al beslist in de uitspraak van 24 december 2021. De Hoge Raad bepaalt nu dat dit rechtsherstel moet inhouden dat de belastingaanslag zo ver wordt verminderd, dat alleen nog belasting in box 3 wordt geheven over het werkelijke rendement. Het is aan de belastingplichtige om aan te tonen dat zijn werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.

Geen rentevergoeding

Bij de vermindering van de aanslag wordt op grond van de Nederlandse fiscale wetgeving geen rente vergoed door de Belastingdienst. Als regel is dat volgens de Hoge Raad niet in strijd met het EVRM. Gelet op de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bestaat voor een uitzondering op deze regel slechts aanleiding in gevallen waarin het bedrag van de wettelijke rente meer is dan het bedrag van de belastingvermindering in box 3. In andere gevallen hoeft geen rente te worden vergoed, aldus de Hoge Raad.

Meer informatie

Voor meer informatie over de afzonderlijke arresten, zie:

  • ECLI:NL:HR:2024:704
  • ECLI:NL:HR:2024:705
  • ECLI:NL:HR:2024:756
  • ECLI:NL:HR:2024:771
  • ECLI:NL:HR:2024:813

Wet: art. 5.2 Wet IB 2001

Bron: Persbericht Hoge Raad 6 juni 2024

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
RB: belast inkomen uit sparen en beleggen in box 1
Volgende artikel
Krijgt website Belastingdienst rekentool heffingskorting?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

bedrag ineens pensioen

Drie nieuwe V&A’s gepubliceerd

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft drie nieuwe V&A's gepubliceerd.

wet excessief lenen

NOB-discussiebijdrage bij wetsvoorstel werkelijk rendement box 3

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft een nadere beschouwing gepubliceerd naar aanleiding van het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’. Aanleiding zijn de recente politieke en maatschappelijke discussies en de aangekondigde herziening van het voorstel.

miljonair

Is een minimum vermogensbelasting van 2% voor zeer vermogenden mogelijk?

Staatssecretaris Eerenberg gaat in op het voorstel voor een minimum vermogensbelasting van 2% voor zeer vermogende personen.

Belastingplan 2026

Minister Heinen: op Prinsjesdag meer duidelijk over box 3

Minister Heinen wil op Prinsjesdag duidelijkheid geven over mogelijke aanpassingen aan het nieuwe belastingstelsel voor vermogen in box 3. Dan moet ook blijken hoe eventuele financiële gevolgen voor de schatkist worden opgevangen. Dat zei de VVD-bewindsman voorafgaand aan de ministerraad.

Aanpassen ODV-uitkeringsperiode na verlagen AOW-leeftijd

Drie V&A’s over ODV en Handreiking ODV-aanspraken en overlijden aangepast

Per 1 januari 2026 is artikel 38p, derde lid, Wet LB gewijzigd. Per 1 januari 2026 kunnen de gezamenlijke erfgenamen de oudedagsverplichting (ODV) zonder fiscale gevolgen toedelen aan één of meer erfgenamen (of legatarissen), ook wanneer dit niet vooraf is vastgelegd.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×