Het kabinet is niet van plan een overdraagbaar heffingsvrij resultaat in box 3 in te voeren. Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de verhouding tussen de vermogensaanwasbelasting en het EVRM.
Daarbij is ook ingegaan op de ongelijke werking van het heffingsvrije resultaat voor belastingplichtigen met een volatiel rendement en belastingplichtigen binnen de vermogenswinstsystematiek.
Onderzoek naar overdraagbaar heffingsvrij resultaat
Tijdens het Tweeminutendebat Fiscaliteit van 26 maart 2026 is een motie ingediend met het verzoek te onderzoeken of een overdraagbaar heffingsvrij resultaat de gesignaleerde ongelijkheid kan mitigeren. In de beantwoording van de Kamervragen zijn de uitkomsten van dit onderzoek opgenomen.
Uit het onderzoek blijkt dat een overdraagbaar heffingsvrij resultaat in strijd is met een belangrijk beleidsdoel, namelijk het beperken van het aantal belastingplichtigen dat aangifte moet doen voor box 3. Daarnaast zijn er negatieve budgettaire gevolgen, die volgens de begrotingsregels gedekt moeten worden.
Ook heeft een dergelijke maatregel aanzienlijke uitvoeringsgevolgen. Voor de Belastingdienst zou dit leiden tot een massaal inkomstenbelastingproces (IH-proces), wat een bewerkelijk traject is en een ingrijpende wijziging van de ICT-systemen vereist. Dit zal naar verwachting veel impact hebben op de uitvoering.
Kabinet ziet af van invoering
Alles overziend concludeert het kabinet dat invoering van een overdraagbaar heffingsvrij resultaat niet wenselijk is binnen het toekomstige box 3-stelsel. De combinatie van strijdigheid met beleidsdoelen, negatieve budgettaire effecten en uitvoeringsproblemen weegt hierbij zwaar.





Geef een reactie