• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

A-G: meer uitleg nodig over verlaagd btw-tarief voor e-books

15 april 2025 door Remco Latour

verlaagd btw-tarief e-books

Advocaat-generaal Ettema adviseert de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen over de mogelijkheid om een verschillend btw-tarief te hanteren voor de levering van digitale boeken op fysieke dragers en de elektronische levering van digitale boeken.

Een nv die deel uitmaakt van een fiscale eenheid (FE) voor de omzetbelasting, verkoopt via een webwinkel (abonnementen op) e-books en luisterboeken. Voor de verkochte e-books die de klant uitsluitend kan downloaden, heeft de FE in het vierde kwartaal van 2019 omzetbelasting voldaan naar het algemene tarief van 21%. De FE verzoekt om teruggaaf van een deel van het op aangifte voldane bedrag aan omzetbelasting, omdat zij meent dat het verlaagde tarief voor boeken van toepassing is. De inspecteur wijst dit verzoek af, waarna de FE in beroep gaat. De zaak belandt uiteindelijk voor de Hoge Raad. De Advocaat-generaal (A-G) komt met een conclusie.

Rechtvaardiging voor ongelijke behandeling

De A-G verwijst in haar conclusie naar het zogeheten RPO-arrest van het Hof van Justitie van de EU (ECLI:EU:C:2017:174). In dit arrest heeft het Hof geoordeeld dat lidstaten de elektronische levering van digitale boeken mag uitsluiten van de toepassing van het lage btw-tarief, terwijl het verlaagde tarief wel is toe te passen op digitale boeken op fysieke dragers. Na dit arrest is echter de Btw-richtlijn aangepast. De A-G concludeert dat een lidstaat daardoor zich niet langer kan beroepen op het RPO-arrest om de ongelijke tarieftoepassing te rechtvaardigen. Tegelijkertijd heeft de Uniewetgever overwogen dat de invoering van de wijzigingsrichtlijn niet leidt tot een verplichting voor de lidstaten om het onderscheid op te heffen. Met de wijziging is alleen een beperking bij de vaststelling van de btw-tarieven voor publicaties opgeheven. Wel bevat de wijzigingsrichtlijn de overweging dat voor een ongelijke behandeling van digitale publicaties een objectieve rechtvaardiging nodig is.

Advies: stel prejudiciële vragen

De keuzevrijheid van de lidstaten met betrekking tot de ongelijke behandeling van digitale publicaties lijkt niet te rijmen met het beginsel van gelijke behandeling, aldus de A-G. Daarom adviseert zij de Hoge Raad om de volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU:

  • Zijn de bepalingen met betrekking tot de toepassing van een extra verlaagd tarief van minder dan 5% op de levering van boeken ongeldig in het licht van het beginsel van gelijke behandeling, voor zover die bepalingen de lidstaten de beslissingsruimte geven een verlaagd btw-tarief toe te passen op de genoemde publicaties “ofwel op fysieke dragers of langs elektronische weg, of op beide wijzen”?
  • Hebben de lidstaten niet of slechts onder voorbehoud van een objectieve rechtvaardiging die bedoelde beslissingsruimte? Dan is de vervolgvraag of een lidstaat zich na de wijziging van de Btw-richtlijn ter (tijdelijke) rechtvaardiging van het verschil in toepassing van het verlaagde btw-tarief kan beroepen op de grond dat hij de tijd nodig heeft om zijn nationale wetgeving aan te passen. De A-G stelt dat het hier bij deze tijd gaat om één wetgevingscyclus van een jaar. Ook is de vraag of daarbij van belang is dat de gewijzigde Btw-richtlijn naar de tekst en de overwegingen van de Uniewetgever beoordeeld geen verplichting aan de lidstaten oplegt.

Richtlijn: art. 98 Btw-richtlijn

Wet: art. 9, tweede lid, onderdeel a en tabel I, onderdeel a post Wet OB 1968

Bron: Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2025 (gepubliceerd 11 april 2025), ECLI:NL:PHR:2025:398, 24/01210

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Belastingverdrag met Duitsland wijzigt voor grenswerkers
Volgende artikel
De Wet tegenbewijsregeling box 3, vastgoedbelegger slecht af

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ijssalon fiscale eenheid

Fiscale eenheid OB door financiële en organisatorische verwevenheid

Het hof oordeelt dat een holding en haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. De verhuur van een pand en inventaris leidt tot niet-verwaarloosbare economische betrekkingen, zodat ook aan dit vereiste is voldaan.

ministerie financien

Planningsbrief Financiën 2026

De minister en staatssecretarissen van Financien hebben de planningsbrief 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit staat onder meer op de agenda.

btw

Pensioenfonds verricht verzekeringsdienst en mist btw-aftrek

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat een ondernemingspensioenfonds met zijn basisregeling een verzekeringsdienst verricht. Daardoor geldt de btw-vrijstelling en bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting.

Belaste verhuur werkkamer mogelijk ondanks beperkt privégebruik

Het hof oordeelt dat de verhuur van een werkkamer en garage in een woning een economische activiteit vormt en dat kan worden geopteerd voor belaste verhuur. Beperkt privégebruik staat niet in de weg aan aftrek van voorbelasting voor zover het gebruik zakelijk is.

Medische vrijstelling geldt voor inzet praktijkondersteuners

Het hof oordeelt dat de inzet van praktijkondersteuners door een zorggroep kwalificeert als medische zorg en niet als het ter beschikking stellen van personeel. Daardoor geldt de medische btw-vrijstelling en is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×