Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een buitenlands pensioenfonds niet als uiteindelijk gerechtigde van dividenden kan worden aangemerkt. Het fonds voerde een equity finance strategy uit waarbij aandelen kort voor dividenduitkering werden gekocht en gelijktijdig price return swaps werden afgesloten.
Een in [land] gevestigd pensioenfonds heeft in de jaren 2013 tot en met 2018 Nederlandse beursaandelen aangekocht via brokers. Het fonds hield de aandelen slechts kort aan, tot over record date, waardoor zij dividenden ontving. Na record date verkocht het fonds de aandelen weer. Gelijktijdig met de aankoop kwam het fonds price return swaps overeen met dezelfde buitenlandse wederpartijen. Deze werkwijze maakte deel uit van de door het fonds beschreven “equity finance strategy”. Het fonds heeft vanaf 2015 dividendbelasting teruggevraagd over de ontvangen dividenden. De inspecteur verleende in eerste instantie teruggaven voor in totaal € 213.522.106. Later heeft de inspecteur de dividendbelasting nageheven over de jaren 2013 tot en met 2018. Het geschil betreft de vraag of het fonds als uiteindelijk gerechtigde van de dividenden kan worden aangemerkt.
Samenstel van transacties aanwezig
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een samenstel van transacties. De 445 transacties waren uniform vormgegeven: eerst werden aandelen aangekocht en gelijktijdig een price return swap aangegaan, vervolgens werden na record date de aandelen verkocht en de swaps afgewikkeld. De prijs voor afwikkeling van de swap was steeds gelijk aan de verkoopprijs van de aandelen. Uit emailcorrespondentie blijkt dat vooraf transacties met wederpartijen werden besproken en gepland. Het fonds heeft een tegenprestatie verricht bestaande uit een dividendvervangende betaling. Door de samenhangende transacties werd aan de buitenlandse wederpartij per saldo een bedrag vergoed dat overeenkomt met het netto dividend, verhoogd met een deel van de ingehouden dividendbelasting.
Wederpartijen in mindere mate gerechtigd
De rechtbank oordeelt dat bij de beoordeling of wederpartijen “in mindere mate gerechtigd zijn tot vermindering of teruggaaf” geen rekening hoeft te worden gehouden met hun verrekeningspositie. De wettekst van art. 4, zevende lid, Wet DB bevat uitsluitend de bewoordingen “vermindering of teruggaaf van dividendbelasting”. Het beroep van het fonds op de arresten Nordcurrent en XX slaagt niet. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de wederpartijen in mindere mate gerechtigd zijn tot vermindering of teruggaaf van dividendbelasting, gelet op hun vestigingsplaats en de afgesproken prijsstellingen. De wederpartijen waren bereid meer te betalen dan de waarde van de aandelen ex dividend, wat verklaard kan worden door de dienst die het fonds verrichtte: het incasseren van het dividend en het delen van een deel van de terug te ontvangen dividendbelasting.





Geef een reactie