Hof Amsterdam oordeelt dat een belanghebbende die na een brand in haar woning tijdelijk elders verbleef, zelf had moeten zorgen dat de post op haar BRP-adres haar tijdig bereikte. De termijnoverschrijding van negen maanden is niet verschoonbaar.
Een vrouw heeft over 2016 tot en met 2019 (navorderings)aanslagen ib/pvv opgelegd gekregen. De aanslagen zijn gedateerd 3 en 6 februari 2021. De vrouw maakt pas op 16 december 2021 bezwaar, ruim negen maanden te laat. Zij voert aan dat zij door een brand in haar woning op 22 maart 2020 en haar opname in het ziekenhuis is verhuisd naar haar dochter. De post kwam echter op haar oude adres binnen, waar zij door de brand niet meer kon wonen. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De vrouw stelt dat de overschrijding verschoonbaar is vanwege de brand, haar verwondingen, haar hoge leeftijd en haar gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal.
Geen verschoonbare termijnoverschrijding
Hof Amsterdam oordeelt dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De vrouw stond tot 28 april 2021 in het BRP ingeschreven op haar oude adres en heeft na de brand geen adreswijziging doorgegeven. Het was aan haar om ervoor te zorgen dat de post op dit adres haar wel tijdig bereikte. Zij had familie of vrienden, zoals haar dochter, kunnen inschakelen om regelmatig de post op te halen. Dergelijke maatregelen heeft de vrouw achterwege gelaten en dit kan haar worden toegerekend. Het hof acht niet aannemelijk dat haar psychische gesteldheid dermate slecht was dat zij niet tot het tijdig treffen van deze maatregelen in staat was. De rechtbank heeft de vrouw terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar.
Wet: art. 6.11 Awb
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 26-06-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3602, 24/3151 t/m 24/3160 | NDFR





Geef een reactie