De staatssecretaris van Financiën presenteert een moderniseringsvoorstel voor de forfaits in de schenk- en erfbelasting, gebaseerd op actuele rente en levensverwachting. Het voorstel wil de waardering van genotsrechten en periodieke uitkeringen beter laten aansluiten bij de huidige economische omstandigheden.
De Algemene Rekenkamer constateerde in 2019 dat de informatievoorziening en onderbouwing van forfaits verbetering behoeven en dat deze tijdig moeten worden bijgesteld. Dit geldt in het bijzonder voor de forfaits gebaseerd op de rente en levensverwachting waarmee in de schenk- en erfbelasting genotsrechten en periodieke uitkeringen worden gewaardeerd. Sinds 1980 zijn deze forfaits niet meer aangepast en wordt nog uitgegaan van een rekenrente van 6%, terwijl de marktrente sindsdien flink is gedaald en de levensverwachting is gestegen.
Voorstel
De staatssecretaris legt nu een ambtelijk uitgewerkt moderniseringsvoorstel voor. De forfaits worden inhoudelijk gemoderniseerd. Voor de levensverwachting wordt voorgesteld aan te sluiten bij de prognosetafels van het Koninklijk Actuarieel Genootschap en uit te gaan van een sekseneutrale levensverwachting. Voor de rekenrente wordt aangesloten bij de risicovrije rente, van De Nederlandsche Bank, met een vaste looptijd van negen jaar en een jaarlijkse actualisatie op basis van een voortschrijdend vijfjaarsgemiddelde.
De gemoderniseerde forfaits gaan gelden voor erfrechtelijke (onderbedelings)vorderingen, andere in de Successiewet genoemde situaties en als normrente voor papieren schenkingen. Onzakelijke leningen worden juist uit het forfaitaire regime gehaald; daarvoor wordt een andere waarderingswijze gezocht. De modernisering moet ertoe leiden dat de waarde van verkrijgingen beter aansluit bij de werkelijkheid en dat de huidige, sterk fiscaal aantrekkelijke estateplanning via hoge normrente op onderbedelingsvorderingen wordt beperkt.
De staatssecretaris stelt voor de forfaits voortaan in de Successiewet op te nemen en jaarlijks via een wettelijke formule te actualiseren. Voor bestaande situaties wordt overgangsrecht voorzien, zodat bij reeds opengevallen nalatenschappen de oude forfaits blijven gelden en een knip in vorderingen wordt voorkomen. Naar verwachting krijgt circa 11% van de nalatenschappen te maken met een stijging van de erfbelasting; de structurele budgettaire opbrengst wordt geraamd op 196 miljoen euro op transactiebasis.
Omdat dit de eerste actualisatie sinds 1980 is en een “majeure wijziging” vormt, wordt een ruim tijdpad geschetst met beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2028. Het toekomstige kabinet kan in 2026 wetgeving voorbereiden, deze in internetconsultatie brengen en daarna aan de Kamers voorleggen.




Geef een reactie