A-G Ettema concludeert dat de verkoop van auto’s door bv’s aan hun dga’s tegen een extreem lage prijs misbruik van recht oplevert en dat de btw moet worden berekend over de getaxeerde waarde.
Drie bv’s kopen ieder een auto en brengen de btw op de aanschaf volledig in aftrek. De auto’s worden zowel zakelijk als privé gebruikt door de dga’s. In de laatste aangiften wordt jaarlijks een correctie voor privégebruik aangegeven. Eind 2020 verkopen de bv’s de auto’s aan hun dga’s. De verkoopprijzen liggen extreem laag: tussen circa 7% en 10% van de getaxeerde waarde. Voor het verschil tussen verkoopprijs en taxatiewaarde nemen de bv’s en dga’s voor de vennootschapsbelasting, dividendbelasting en inkomstenbelasting een verkapt dividend in aanmerking. Over dat dividend is belasting betaald. In de btw-aangiften over het vierde kwartaal 2020 gaan de bv’s uit van de getaxeerde waarde. Na bezwaar stellen zij dat voor de btw moet worden aangesloten bij de lage verkoopprijzen.
Geen bezwarende titel bij louter btw-besparing
Volgens A-G Ettema zijn de auto’s niet onder bezwarende titel geleverd. Uit het proces-verbaal bij het hof blijkt dat de verkoopprijzen uitsluitend zijn gekozen om btw te besparen en net niet symbolisch te zijn. Daarmee ontbreekt een rechtstreeks verband tussen de levering en de vergoeding. De prijs is niet gebaseerd op de waarde van de auto, maar enkel op het gewenste btw-voordeel. In zo’n situatie kan geen sprake zijn van een belaste prestatie onder bezwarende titel. De A-G plaatst vraagtekens bij toepassing van art. 3(3)a Wet OB, maar acht beantwoording daarvan niet nodig omdat hij tot misbruik van recht komt.
Abnormaal lage prijs vormt misbruik van recht
De A-G vindt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteert door te eisen dat misbruik van recht alleen kan bestaan bij een samenstel van transacties. Ook één transactie kan misbruik opleveren. Uit het arrest Weald Leasing volgt juist dat een abnormaal lage vergoeding tussen gelieerde partijen misbruik kan zijn. In deze zaken is aan beide misbruikcriteria voldaan: objectief, omdat de dga’s vrijwel geen btw betalen over privégebruik, en subjectief, omdat het enige doel van de lage prijs btw-besparing is. De A-G adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van de staatssecretaris gegrond te verklaren en zelf af te doen door de maatstaf van heffing te stellen op de getaxeerde waarde.
Wet: art. 3, lid 3 Wet OB
Bron: Parket bij de Hoge Raad, 19-12-2025, ECLI:NL:PHR:2025:1401, 25/00898, 25/00904, 25/00905 | NDFR





Geef een reactie