• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Toelichting belastingverdragen en verlaagde bronheffingen

21 januari 2026 door redactie

Staatssecretaris Heijnen beantwoordt vragen over het artikel ‘Hoe de miljardenwinst van Starlink deels via Amsterdam wordt doorgesluisd’.

In de beantwoording wordt vooropgesteld dat vennootschappen alleen gebruik kunnen maken van Nederlandse belastingverdragen als zij inwoner van Nederland zijn en volledig aan de Nederlandse belastingheffing zijn onderworpen. Een brievenbusmaatschappij die feitelijk vanuit een ander verdragsland wordt bestuurd, kwalificeert in principe niet als inwoner en heeft dus geen recht op toepassing van Nederlandse verdragen.​

Verlaagde bronheffingen in verdragen, zoals met Zambia, worden gepositioneerd als onderdeel van een evenwichtige verdeling van heffingsrechten tussen bronland en woonland, om dubbele belasting te beperken en economische relaties te bevorderen. Nederland streeft volgens de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020 in beginsel naar uitsluitende woonstaatheffing voor deelnemingsdividenden, rente en royalty’s, mede om dubbele belasting op concernniveau te voorkomen en investeringsdrempels te verlagen. Met ontwikkelingslanden is Nederland echter bereid hogere bronheffingspercentages te accepteren dan met andere landen, omdat bronheffingen voor deze landen een relatief eenvoudige inkomstenbron vormen.​

In het verdrag met Zambia is de nationale bronbelasting op dividenden (20 procent) via het verdrag beperkt tot 15 procent, respectievelijk 5 procent bij deelnemingsdividenden als de Nederlandse moeder ten minste 10 procent van de aandelen bezit. Zambia heeft vergelijkbare of ruimere afspraken met andere landen, waarbij met Japan zelfs 0 procent bronheffing is afgesproken. De staatssecretaris is niet van mening dat landen nadeel ondervinden van dergelijke beperkingen; hij wijst op de voordelen van rechtszekerheid, het voorkomen van dubbele belasting en de aanwezigheid van antimisbruikbepalingen, zoals de main purpose test (PPT), die oneigenlijk gebruik moeten voorkomen.​

Doorstroomstructuren

Op vragen over doorstroomstructuren en het Trouw‑artikel over Starlink verwijst hij naar eerder beleid tegen doorstroomvennootschappen, zoals de bronbelasting op rente en royalty’s naar laagbelastende landen (sinds 2021) en op dividenden (sinds 2024). Volgens recente DNB‑cijfers is de financiële stroom naar laagbelastende landen gedaald van 37 miljard euro in 2019 naar 6,5 miljard euro in 2024. Tegelijk erkent hij dat sommige structuren blijven bestaan, ook als zij fiscaal niet langer voordeel opleveren.​

Ten aanzien van informatie-uitwisseling wijst de staatssecretaris op het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken, bilaterale uitwisselingsbepalingen en artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening, op basis waarvan Nederland spontaan gegevens over dienstverleningslichamen doorgeeft. Richting Zambia wordt reeds spontaan informatie verstrekt. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een herziening van de Richtlijn administratieve samenwerking, die uitwisseling over doorstroomvennootschappen verder moet verbeteren; na publicatie zal het kabinet een BNC‑fiche naar de Kamer sturen.​

Bron: Antwoorden op Vragen over belastingontwijking via Nederland als gevolg van een in belastingverdragen overeengekomen verlaagde bronheffing, nr. 2026-0000012369, Ministerie van Financiën, 20 januari 2026

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Jaarplan Douane 2026
Volgende artikel
Mogelijke verbeteringen informatiebeschikking

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×