Staatssecretaris Heijnen beantwoordt vragen over het artikel ‘Hoe de miljardenwinst van Starlink deels via Amsterdam wordt doorgesluisd’.
In de beantwoording wordt vooropgesteld dat vennootschappen alleen gebruik kunnen maken van Nederlandse belastingverdragen als zij inwoner van Nederland zijn en volledig aan de Nederlandse belastingheffing zijn onderworpen. Een brievenbusmaatschappij die feitelijk vanuit een ander verdragsland wordt bestuurd, kwalificeert in principe niet als inwoner en heeft dus geen recht op toepassing van Nederlandse verdragen.
Verlaagde bronheffingen in verdragen, zoals met Zambia, worden gepositioneerd als onderdeel van een evenwichtige verdeling van heffingsrechten tussen bronland en woonland, om dubbele belasting te beperken en economische relaties te bevorderen. Nederland streeft volgens de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020 in beginsel naar uitsluitende woonstaatheffing voor deelnemingsdividenden, rente en royalty’s, mede om dubbele belasting op concernniveau te voorkomen en investeringsdrempels te verlagen. Met ontwikkelingslanden is Nederland echter bereid hogere bronheffingspercentages te accepteren dan met andere landen, omdat bronheffingen voor deze landen een relatief eenvoudige inkomstenbron vormen.
In het verdrag met Zambia is de nationale bronbelasting op dividenden (20 procent) via het verdrag beperkt tot 15 procent, respectievelijk 5 procent bij deelnemingsdividenden als de Nederlandse moeder ten minste 10 procent van de aandelen bezit. Zambia heeft vergelijkbare of ruimere afspraken met andere landen, waarbij met Japan zelfs 0 procent bronheffing is afgesproken. De staatssecretaris is niet van mening dat landen nadeel ondervinden van dergelijke beperkingen; hij wijst op de voordelen van rechtszekerheid, het voorkomen van dubbele belasting en de aanwezigheid van antimisbruikbepalingen, zoals de main purpose test (PPT), die oneigenlijk gebruik moeten voorkomen.
Doorstroomstructuren
Op vragen over doorstroomstructuren en het Trouw‑artikel over Starlink verwijst hij naar eerder beleid tegen doorstroomvennootschappen, zoals de bronbelasting op rente en royalty’s naar laagbelastende landen (sinds 2021) en op dividenden (sinds 2024). Volgens recente DNB‑cijfers is de financiële stroom naar laagbelastende landen gedaald van 37 miljard euro in 2019 naar 6,5 miljard euro in 2024. Tegelijk erkent hij dat sommige structuren blijven bestaan, ook als zij fiscaal niet langer voordeel opleveren.
Ten aanzien van informatie-uitwisseling wijst de staatssecretaris op het Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken, bilaterale uitwisselingsbepalingen en artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit internationale bijstandsverlening, op basis waarvan Nederland spontaan gegevens over dienstverleningslichamen doorgeeft. Richting Zambia wordt reeds spontaan informatie verstrekt. Daarnaast werkt de Europese Commissie aan een herziening van de Richtlijn administratieve samenwerking, die uitwisseling over doorstroomvennootschappen verder moet verbeteren; na publicatie zal het kabinet een BNC‑fiche naar de Kamer sturen.






Geef een reactie