Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het enkele onzakelijk stilzitten van een bv niet leidt tot prijsgeven van een vordering op de dga. Wel is sprake van winstuitdelingen voor de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld.
Een man is directeur en enig aandeelhouder van een Nederlandse bv. De bv verstrekt hem in het verleden meerdere leningen, onder meer voor woningen en beleggingen. Daarnaast loopt een rekening-courantverhouding op. De schuldenpositie groeit jaarlijks, terwijl de man onvoldoende inkomen en vermogen heeft om af te lossen. In 2012 en 2014 neemt de schuld verder toe. De inspecteur stelt dat de bv haar vorderingen feitelijk heeft prijsgegeven doordat zij geen actie onderneemt, en legt navorderingsaanslagen ib/pvv op wegens winstuitdelingen in box 2. De rechtbank vernietigt de aanslagen. In hoger beroep draait het vooral om de vraag hoe het begrip ‘prijsgeven’ uit het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2023 moet worden uitgelegd en of navordering is toegestaan.
Prijsgeven vergt formele handeling
Het hof kiest voor een formeel-juridische uitleg van ‘prijsgeven’. Het enkele feit dat een bv onzakelijk stilzit en geen invorderingsmaatregelen neemt, is onvoldoende om aan te nemen dat zij haar vorderingen heeft prijsgegeven. Daarvoor is een formele handeling nodig, zoals kwijtschelding of liquidatie. In 2012 en 2014 heeft de bv geen dergelijke handelingen verricht. Het standpunt van de inspecteur dat door stilzitten de volledige schuld als onttrekking moet worden aangemerkt, houdt daarom geen stand. Het hof verwerpt daarmee een materiële benadering en sluit aan bij de civielrechtelijke vormgeving van de lening.
Wel winstuitdeling bij jaarmutaties
Anders ligt het voor de jaarlijkse toename van de rekening-courantschuld. Het hof acht aannemelijk dat bij die bijschrijvingen in 2012 en 2014 al vaststond dat de man deze bedragen niet kon of zou terugbetalen. Daarmee is op dat moment sprake van een onttrekking die kwalificeert als winstuitdeling. Het hof belast daarom de helft van de jaarmutaties als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. Voor 2012 mag de inspecteur navorderen wegens een kenbare fout. Voor 2014 ontbreekt een nieuw feit, maar navordering is toch toegestaan omdat de man te kwader trouw heeft gehandeld.
Wet: art. 4.12 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 17-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3620, 23/1571 en 23/1572 | NDFR





Geef een reactie