Gemeenten verwachten in 2026 in totaal € 15,3 miljard aan heffingen te innen. Dat is 6,5 procent meer dan in 2025, maar de groei ligt lager dan in de twee voorgaande jaren, toen de opbrengsten nog met respectievelijk 8,5 en 8,0 procent toenamen.
Het gaat om begrotingscijfers; in de praktijk vallen de gerealiseerde opbrengsten doorgaans iets hoger uit. Zo lag de opbrengst in 2024 uiteindelijk 3,6 procent boven de begroting.
Ozb
Vier heffingen zijn financieel veruit het belangrijkst: de onroerendezaakbelasting (ozb), de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de parkeerheffingen. Samen leveren zij naar verwachting 13,0 miljard op, goed voor bijna 85 procent van alle gemeentelijke heffingsopbrengsten. De ozb groeit in 2026 naar 6,3 miljard (+6,3 procent). De stijging wordt bepaald door de ontwikkeling van de WOZ-waarden, het aantal objecten en de door de gemeenteraad vastgestelde tarieven. De ozb-opbrengst op niet‑woningen neemt met 7,7 procent sterker toe dan die op woningen (+5,1 procent).
Bij de vier grote steden is de toename van de ozb-opbrengst het grootst in Utrecht (+9,7 procent). Rotterdam (+5,6 procent) en Amsterdam (+5,5 procent) volgen, Den Haag blijft daar met +2,6 procent bij achter. In Amsterdam zijn de tarieven voor woningen verlaagd en voor niet‑woningen verhoogd, wat leidt tot lagere opbrengsten uit ozb op woningen en hogere opbrengsten uit ozb op niet‑woningen. In de andere drie grote steden stijgen de ozb-opbrengsten bij zowel woningen als niet‑woningen.
Parkeerheffingen
De parkeerheffingen groeien in 2026 met 8,8 procent naar ruim 1,6 miljard. Vooral Amsterdam (+43,1 miljoen), Rotterdam (+14,6 miljoen) en Den Haag (+9,7 miljoen) dragen bij aan deze stijging. In Amsterdam komt dit onder meer door uitbreiding van betaald parkeren op straat en hogere parkeertarieven in garages vanwege gestegen onderhoudskosten. Parkeerheffingen vormen daarmee 10,5 procent van alle gemeentelijke heffingen. De procentuele stijging ligt lager dan in 2025, toen nog 11,7 procent groei was begroot.
De opbrengst van de afvalstoffenheffing loopt op tot 2,8 miljard (+5,1 procent), de rioolheffing stijgt met 5,3 procent naar 2,2 miljard. Beide groeipercentages zijn iets gematigder dan in eerdere jaren, maar blijven substantieel.
Opvallend is de sterke toename bij de secretarieleges (onder meer voor reisdocumenten, rijbewijzen en huwelijken). Deze opbrengsten stijgen met 15,7 procent naar 427 miljoen, de grootste relatieve groei van alle heffingen. Dat hangt samen met het feit dat vanaf 2024 de eerste paspoorten en identiteitskaarten met een geldigheid van tien jaar (ingevoerd in 2014) verlopen, wat tot een piek in aanvragen leidt.
Toeristenbelasting
Tot slot groeit de toeristenbelasting naar verwachting met 9,0 procent naar 654 miljoen. Amsterdam neemt met 275,5 miljoen ruim 42 procent van deze opbrengst voor zijn rekening, geholpen door een verwachte groei van het aantal overnachtende bezoekers. In andere gemeenten stijgt de toeristenbelasting gemiddeld nog sterker (+13,2 procent), mede door tariefstijgingen, de invoering van de belasting in nieuwe gemeenten en het belasten van het verblijf van arbeidsmigranten en andere niet‑ingeschreven verblijfsgasten.
Bron: CBS, 5 februari 2026





Geef een reactie