Het hof oordeelt dat het economische eigendom van een onroerende zaak in de belanghebbende is ingebracht. De waarde hiervan is minimaal gelijk aan de tegenprestatie (artikel 9, lid 1, BRV). Verder oordeelt het hof dat alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd (artikel 8:42 Awb) en het vertrouwensbeginsel niet is geschonden.
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:397&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken



Geef een reactie