Rechtbank Gelderland oordeelt dat een man jaarlijks € 96.000 aan managementfee als resultaat uit overige werkzaamheden moet aangeven. Door dit niet te doen, wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard.
Een man werkt in 2014 tot en met 2016 als direktor voor een Zwitserse ag en spreekt een managementfee van € 8.000 per maand af. Deze vergoeding wordt deels in rekening-courant geboekt en deels uitbetaald via een stichting. In zijn aangiften ib/pvv over 2014, 2015 en 2016 geeft hij slechts € 5.700 per jaar aan. De inspecteur legt navorderingsaanslagen ib/pvv en zvw op en corrigeert het inkomen met € 96.000 per jaar. In geschil is of deze correcties terecht zijn en of de bewijslast moet worden omgekeerd.
Managementfee is belast als ROW
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de managementfee kwalificeert als resultaat uit overige werkzaamheden. Op basis van de administratie en betalingen acht de rechtbank aannemelijk dat de man over de bedragen kon beschikken. Ook als de fee niet volledig is uitbetaald, ontstaat een vordering die fiscaal als bate moet worden verantwoord. Het kasstelsel is niet van toepassing. De inspecteur mag daarom uitgaan van € 96.000 per jaar aan ROW.
Omkering bewijslast en aanslagen
De rechtbank stelt vast dat de man een aanzienlijk te laag inkomen heeft aangegeven en zich daarvan bewust moet zijn geweest. Daarom geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. De inspecteur heeft de correcties niet willekeurig vastgesteld en de man slaagt er niet in het tegendeel overtuigend aan te tonen. De navorderingsaanslagen ib/pvv en zvw over 2014, 2015 en 2016 blijven in stand. Wel kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Bron: Rechtbank Gelderland, 17-12-2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11108, cl AWB 24_4705 en cl AWB24/7646 | NDFR





Geef een reactie