De staatssecretaris van Financiën heeft de hardheidsclausule toegepast in een situatie waarin bij de verkrijging van de economische eigendom van een bouwterrein voorafgaand aan de van rechtswege belaste btw-levering, overdrachtsbelasting is verschuldigd.
Bij de eerste verkrijging is overdrachtsbelasting verschuldigd, omdat op dat moment nog geen sprake is van een btw-belaste levering en de samenloopvrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel a, WBR niet geldt. Bij de latere juridische levering is wel btw verschuldigd en geldt de samenloopvrijstelling.
Deze volgorde leidt tot een ongewenste cumulatie van overdrachtsbelasting en btw. Daarom keurt de staatssecretaris goed dat, onder voorwaarden, kwijtschelding van de overdrachtsbelasting wordt verleend bij de eerdere verkrijging van de economische eigendom.
De goedkeuring geldt alleen indien sprake is van een nauwe samenhang tussen de economische en juridische eigendomsverkrijging (voortvloeiend uit dezelfde overeenkomst), waarbij:
- de juridische levering binnen drie maanden volgt;
- het perceel bij beide momenten kwalificeert als bouwterrein voor de btw;
- bij de juridische levering daadwerkelijk btw verschuldigd is en de samenloopvrijstelling van toepassing is;
- de overdrachtsbelasting correct op aangifte is voldaan;
- de juridische levering plaatsvindt vóór eerste ingebruikneming van het gerealiseerde gebouw.
Voor vergelijkbare gevallen waarin de voldoening van overdrachtsbelasting nog niet onherroepelijk vaststaat, kan een verzoek worden ingediend bij het ministerie van Financiën.





Geef een reactie