Plaatsing van een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de berichtenbox van MijnOverheid geldt als geldige bekendmaking, ook als de belastingschuldige geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Aanmaningskosten zijn dan terecht in rekening gebracht.
De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam legt een naheffingsaanslag parkeerbelasting op en plaatst die op 11 mei 2022 in de berichtenbox van MijnOverheid van de man. De man heeft zijn MijnOverheid-account geactiveerd. Omdat de naheffingsaanslag onbetaald blijft, stuurt de invorderingsambtenaar op 26 juli 2022 een aanmaning met € 8 aan aanmaningskosten. De man stelt dat de naheffingsaanslag hem niet heeft bereikt omdat hij geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat de notificatiefunctie was uitgeschakeld, en dat de aanmaningskosten terecht zijn opgelegd. De man gaat in cassatie.
Plaatsing in berichtenbox is geldige bekendmaking
De Hoge Raad stelt voorop dat aanmaningskosten alleen in rekening mogen worden gebracht als de belastingschuldige in gebreke is. Dat kan pas als de aanslag op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Door zijn MijnOverheid-account te activeren, heeft de man kenbaar gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is voor berichten van de gemeente Rotterdam. De plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox op 11 mei 2022 kwalificeert daarmee als geldige elektronische bekendmaking op grond van artikel 2:17 lid 1 Awb (tekst 2022). Een e-mailnotificatie is géén vereiste voor bekendmaking.
Geen wettelijke plicht tot e-mailnotificatie
Onder de tot 1 januari 2026 geldende regeling bestond geen wettelijke verplichting voor een bestuursorgaan om een e-mailnotificatie te sturen. De man had in MijnOverheid zelf moeten instellen dat hij notificaties wilde ontvangen, maar heeft niet gesteld dat hij dit heeft gedaan. Er was daardoor geen feitelijk geschil over de bewijslastverdeling. Een beroep op beginselen van behoorlijk bestuur slaagt evenmin, omdat de man geen feiten heeft gesteld die zouden kunnen meebrengen dat de aanmaningskosten in zijn geval in strijd zijn met die beginselen. De omstandigheid dat de invorderingsambtenaar niet heeft gevraagd of de man voor e-mailnotificaties wilde kiezen, is daarvoor onvoldoende. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Wet: art. 2:14 (oud) Awb, art. 2:17 (oud) Awb, art. 3:41 Awb
Bron: Hoge Raad, 01-05-2026, ECLI:NL:HR:2026:734, 24/03962 | NDFR





Geef een reactie