• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vergeten behandelvoornemen is fout die navordering toestaat

31 juli 2026 door redactie

correctie box 3 Belastingdienst

De Hoge Raad oordeelt dat het niet stoppen van het geautomatiseerde proces bij het opleggen van de primitieve aanslag een fout in de ruime en neutrale zin van art. 16, lid 2, letter c AWR is. Omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% bedraagt, is de fout kenbaar en mag de inspecteur navorderen.

Een man is tot 2016 enig aandeelhouder van een holding-bv, die op haar beurt alle aandelen houdt in een dochtervennootschap. In 2016 vervreemdt hij de aandelen in de holding voor € 604.000, waarbij de koper de koopprijs schuldig blijft. De man krijgt uitstel voor het doen van zijn aangifte IB/PVV 2016. Via zijn gemachtigde vraagt hij de inspecteur in augustus 2018 om een standpuntbepaling over de vervreemding en stelt hij een vervreemdingsvoordeel van € 501.000 voor. De inspecteur gaat daar in september 2018 mee akkoord. Toch dient de man nooit een aangifte in. In januari 2019 legt de inspecteur ambtshalve een primitieve aanslag over 2016 op zonder het voordeel uit aanmerkelijk belang, doordat de aanslagregelend ambtenaar geen behandelvoornemen in het systeem heeft opgenomen. In juni 2020 legt de inspecteur een navorderingsaanslag op. In geschil is of hij dat mag op grond van een kenbare fout.

Hof merkt fout aan als beoordelingsfout

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag een fout heeft gemaakt in de ruime en neutrale zin van het woord. Volgens het hof gaat het echter om een verwijtbaar onjuist inzicht in de feiten die bepalend zijn voor de belastingplicht. De aanslagregelend ambtenaar heeft nagelaten kennis te nemen van de bij de Belastingdienst aanwezige informatie over de vervreemding van de aandelen en heeft daardoor niet onderkend dat die zich had voorgedaan. Bij een zorgvuldige dossiervorming en -raadpleging was dat niet gebeurd. Dat weinig tijd is ingeruimd voor ambtshalve aanslagen komt volgens het hof voor rekening van de Belastingdienst. Er is dus sprake van een beoordelingsfout die aan navordering op grond van art. 16, lid 2, letter c AWR in de weg staat. Wel acht het hof de man te kwader trouw, zodat navordering op grond van art. 16, lid 1 AWR mogelijk is.

Nalaten is fout, geen onjuist inzicht

De Hoge Raad stelt voorop dat het begrip fout in art. 16, lid 2, letter c AWR neutraal en ruim is bedoeld. Daaronder valt elke misslag bij de aanslagregeling, zoals schrijf-, reken- en intoetsfouten, maar ook fouten door de geautomatiseerde verwerking van aangiften, als de belastingschuld daardoor te laag wordt vastgesteld. Dat de ambtenaar heeft nagelaten een behandelvoornemen op te nemen, is zo’n fout en geen verwijtbaar onjuist inzicht in de feiten. Bepalend is het moment waarop het geautomatiseerde proces niet is gestopt. Dat bij de aanslag geen kennis is genomen van de akkoordverklaring over de vervreemdingswinst, doet er dan niet toe. De primitieve aanslag is dus te laag vastgesteld door een fout die navordering rechtvaardigt. Het incidentele beroep van de staatssecretaris slaagt en het principale beroep van de man is ongegrond, zodat de navorderingsaanslag in stand blijft.

Wet: art. 16, lid 1 en art. 16, lid 2, aanhef en letter c AWR Artikel 16 – Algemene wet inzake rijksbelastingen | NDFR

Bron: Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1296, 23/03413

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Standpunt kwalificatie bouwterrein
Volgende artikel
Standpunt thuiswerkdrempel in Verdrag Nederland-Duitsland

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Centrum levensbelangen in Nederland maakt buitenlands vermogen belast

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het centrum van de levensbelangen van een man in Nederland ligt, ondanks zijn woning en inschrijving in Duitsland. De inspecteur mag bovendien navorderen omdat pas later blijkt dat de man aanzienlijke buitenlandse bank- en beleggingstegoeden niet heeft aangegeven.

deadline bezwaar vergoeding

Zeswekentermijn voor hoger beroep niet strijdig met EU-recht

De Hoge Raad oordeelt dat de wettelijke beroepstermijn van zes weken niet in strijd is met het Unierecht. De combinatie van de vaste termijn en de mogelijkheid om een termijnoverschrijding verschoonbaar te achten, waarborgt voldoende toegang tot de rechter.

UBO-register

Wijzigingsbesluit toegang UBO-registers voor bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak

Dit besluit regelt welke bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak toegang krijgen tot de UBO-registers als zij UBO-informatie nodig hebben voor een wettelijke of Europeesrechtelijke taak. Ook wordt de Douane toegevoegd aan de bevoegde autoriteiten met toegang tot de registers.

Wet betaalbare huur

Belastingrechter niet bevoegd bij geschil over huurtoeslag

Hof Den Haag kan in een procedure over de aanslag IB/PVV niet oordelen over het recht op huurtoeslag. De vraag of het rechtsherstel voor box 3 doorwerkt naar de vermogenstoets voor de huurtoeslag blijft daarom onbeantwoord.

trustees

Standpunt omkering en verzwaring bewijslast ingetrokken

Het standpunt “KG:206:2023:2 Vragen over omkering en verzwaring van de bewijslast naar aanleiding van arrest HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:767” is ingetrokken. Aan dit standpunt is het belang komen te ontvallen met het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1484.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal | PE Accreditatie

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×