Hof Amsterdam vernietigt een verzuimboete omdat de inspecteur niet overtuigend aantoont dat de aanmaning op het juiste adres is aangeboden of ontvangen. Ook is er geen grond voor omkering en verzwaring van de bewijslast.
Een vrouw is sinds 2014 dakloos en werkt als sekswerker. Het adres van haar voormalige boekhouder staat bij de inspecteur geregistreerd als verplicht toezendadres. Hoewel de boekhouder in september 2021 meldt dat de vrouw geen klant meer is, stuurt de inspecteur de aanmaning voor haar aangifte inkomstenbelasting 2020 in januari 2022 naar dit adres. De vrouw dient haar aangifte op 25 juni 2022 in. Zij krijgt vervolgens een verzuimboete van € 385. Volgens haar heeft de aanmaning haar nooit bereikt. In geschil is of de boete terecht is opgelegd en of de bewijslast mag worden omgekeerd en verzwaard.
Juiste toezendadres niet bewezen
Het hof oordeelt dat de inspecteur overtuigend moet aantonen dat de aanmaning op het juiste adres is aangeboden of ontvangen. De inspecteur beroept zich op de registratie van het adres in zijn eigen systemen, maar kan de schriftelijke volmacht waarop die registratie zou berusten niet overleggen. Daarmee is onvoldoende bewezen dat het adres van de voormalige boekhouder het juiste adres was. De verzuimboete vervalt.
Geen omkering van de bewijslast
Ook omkering en verzwaring van de bewijslast is niet aan de orde. De aangifte is weliswaar te laat ingediend, maar ruim negen maanden vóór het opleggen van de aanslagen. De inspecteur kon de aangifte dus nog meenemen. Bovendien is niet aannemelijk dat de vrouw behoorlijk is aangemaand. De normale bewijslast blijft daarom gelden.
Wet: art. 27e en art. 67a AWR
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 23-12-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3764, 25/772 en 25/773 | NDFR





Geef een reactie