Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van een bv om vergoeding van materiële en immateriële schade af. Omdat de aan de bv en haar dga opgelegde aanslagen terecht zijn, valt niet in te zien dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.
De bv stelt de inspecteur bij brief van 5 augustus 2024 aansprakelijk voor de schade van haarzelf en haar enig aandeelhouder en bestuurder (de dga) door onrechtmatig handelen. Volgens de bv past de inspecteur ten onrechte de hoogte van de pensioenuitkering aan die zij jaarlijks aan haar dga uitkeert. Met de aan de dga opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV voor 2015 en de aan de bv opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) voor 2016, 2017, 2020, 2021 en 2022 handelt de inspecteur onrechtmatig, meent de bv. De inspecteur wijst de aansprakelijkstelling op 27 augustus 2024 af, omdat van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW geen sprake is. In geschil is of de bv recht heeft op vergoeding van de gestelde materiële en immateriële schade.
Aanslagen terecht, geen onrechtmatigheid
Partijen zijn het er tijdens de zitting over eens dat het beroepschrift moet worden aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de bv daarin ontvankelijk is. Het gestelde onrechtmatig handelen bestaat erin dat de inspecteur op grond van zijn onterechte opvatting over de aanpassing van de pensioenuitkering onjuiste aanslagen Vpb heeft opgelegd. Maar de aanslagen Vpb 2016 en 2017 staan inmiddels onherroepelijk vast als juist, terwijl de rechtbank in de gevoegde zaken oordeelt dat ook de aanslagen Vpb 2020, 2021 en 2022 terecht en naar de juiste bedragen zijn opgelegd. Daarmee valt niet in te zien dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.
Schade alleen via artikel 8:75 Awb
Ten overvloede voegt de rechtbank toe dat de gestelde schade sowieso niet voor vergoeding op grond van artikel 8:88 Awb in aanmerking komt. Die schade bestaat uit advieskosten, reis- en parkeerkosten en gederfde inkomsten voor de bezwaar- en beroepsprocedures tegen de aanslagen Vpb. Zulke kosten komen uitsluitend via artikel 8:75 Awb voor vergoeding in aanmerking, maar die weg is voor 2016 en 2017 afgesloten en voor 2020, 2021 en 2022 is al beslist dat geen proceskostenvergoeding wordt toegekend. Ook het verzoek namens de dga over de navorderingsaanslag IB/PVV 2015 wijst de rechtbank af: artikel 8:88 Awb geldt niet in inkomstenbelastingzaken en de inspecteur heeft de dga in die procedure al een kostenvergoeding van € 783 toegekend. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af.
Wet: Artikel 8.88 – Algemene wet bestuursrecht | NDFR, Artikel 8.90 – Algemene wet bestuursrecht | NDFR en Artikel 8.75 – Algemene wet bestuursrecht | NDFR
Bron: Rechtbank Den Haag 2 juli 2026 (gepubliceerd 4 augustus 2026), ECLI:NL:RBDHA:2026:21671, SGR 24/8316





Geef een reactie