• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

6 augustus 2026 door redactie

opstal waarde woning eigenwoningregeling

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

Een weduwe en haar twee kinderen ontdekken na het overlijden van de man dat het echtpaar in de aangiften over 2018 een te hoge hypotheekrente heeft afgetrokken. Om dit recht te zetten, dienen zij herziene aangiften in met een lagere aftrek eigen woning. Daarbij veranderen zij ook de onderlinge toerekening van dat inkomensbestanddeel. In de oorspronkelijke, inmiddels onherroepelijke aanslagen IB/PVV is 26,65% aan de vrouw en 73,35%  aan de (erven van de) man toegerekend; in de herziene aangiften kiezen zij voor 57,62 tegenover 42,38%. De inspecteur legt aan de erven en aan de echtgenote vervolgens navorderingsaanslagen over 2018 op. Hij gaat daarbij wel uit van de lagere aftrek, maar negeert de gewijzigde toerekening. In geschil is of de vrouw en de erven de onderlinge verdeling in het kader van de navordering nog mogen wijzigen.

Hof: verdeling mag worden gewijzigd

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner op grond van artikel 2.17, lid 4 Wet IB 2001 een aanvankelijk gekozen onderlinge verhouding van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen tot het moment waarop zowel de (navorderings)aanslag van de belastingplichtige als die van de partner onherroepelijk vaststaat. De passage uit de parlementaire geschiedenis waarop de inspecteur zich beroept, heeft volgens het hof met ingang van 1 januari 2009 haar belang verloren. Die passage ziet namelijk op een per die datum vervallen zinsnede in de wettekst. Het hof oordeelt daarom dat de vrouw en de erven de verdeling van de belastbare inkomsten uit eigen woning mogen wijzigen op de wijze die zij in de herziene aangiften bepleiten. Het hof vermindert de navorderingsaanslag over 2018 vervolgens.

Hoge Raad bevestigt oordeel Hof

Het middel van de staatssecretaris gaat ervan uit dat de mogelijkheid om de onderlinge verdeling te wijzigen alleen kan zien op het inkomensbestanddeel waarop de navorderingsaanslag betrekking heeft. Daarom zou die mogelijkheid niet gelden voor bestanddelen die in een onherroepelijk vaststaande aanslag zijn betrokken. De Hoge Raad verwerpt dat standpunt. De vrees dat belastingplichtigen langs deze weg een navordering kunnen uitlokken om zo de volledige verdeling van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen te wijzigen, of alsnog rechtsherstel in box 3 te krijgen, dwingt niet tot een andere uitleg van de wet. Die consequentie doet zich bovendien alleen voor als de gewijzigde aangifte rechtvaardigt dat te weinig belasting is geheven. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Wet: Artikel 2.17 – Wet inkomstenbelasting 2001 | NDFR

Bron: Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1288, 24/01208

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Inkomstenbelasting, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Aanpassing en verlenging Richtlijn tijdelijke bescherming tot en met 4 maart 2028 voor ontheemden uit Oekraïne
Volgende artikel
Geen onrechtmatig handelen inspecteur, geen schadevergoeding

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Partneralimentatie per 1 januari 2020

Voorwaardelijke alimentatie niet aftrekbaar vóór 2020

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een voorwaardelijke alimentatieverplichting in 2019 nog niet kon worden verrekend. Ook hoefde de inspecteur een later ontvangen verklaring in bezwaar niet uit eigen beweging toe te sturen.

Herwaardering voorraad via kapitaal leidt tot winstcorrectie

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een na de aanslag ingediende aangifte niet geldt als de vereiste aangifte. De ondernemer maakt bovendien niet overtuigend duidelijk dat de winstcorrectie wegens herwaardering van de voorraad onjuist is.

lijfrente

Terugwerkende kracht maakt pensioen niet eerder genoten

De Hoge Raad oordeelt dat pensioenuitkeringen niet met terugwerkende kracht vorderbaar en inbaar kunnen worden. Ook kan een te laat vastgestelde pensioeningangsdatum niet zonder meer met terugwerkende kracht voldoen aan de uiterste ingangsdatum voor pensioen.

echtscheiding

Tariefbeperking pensioenverrekening niet discriminerend

De Hoge Raad oordeelt dat de tariefbeperking voor aftrek van doorbetaald pensioen bij een scheiding van vóór 1 mei 1995 niet in strijd is met het discriminatieverbod. Pensioenverrekening volgens het arrest Boon/Van Loon en pensioenverevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding zijn voor deze regeling geen gelijke gevallen.

lijfrente

Standpunt looptijd bancaire nabestaandenlijfrente voor kind dat bijna 30 jaar is

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft vragen beantwoord over de looptijd van een bancaire nabestaandenlijfrente wanneer het tegoed door overlijden van de rekeninghouder toekomt aan een kind dat bijna dertig jaar oud is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×