De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft vragen beantwoord over de thuiswerkdrempel in het verdrag Nederland – Duitsland, die sinds 1 januari 2026 van kracht is.
Met ingang van 1 januari 2026 kent het verdrag Nederland-Duitsland 2012 een zogenoemde thuiswerkregeling. Er geldt een regeling voor zowel reguliere werknemers als overheidswerknemers. De regelingen maken het kort gezegd mogelijk dat een werknemer in een kalenderjaar maximaal 34 dagen kan thuiswerken zonder dat dit gevolgen heeft voor het heffingsrecht over het inkomen.
Het gaat om drempelregelingen. Zodra de drempel van 34 dagen wordt overschreden gelden de gebruikelijke toewijsregels voor het totale arbeidspatroon in het betreffende jaar.
Hoewel de regelingen worden aangeduid als thuiswerkregeling is van belang dat het in de regeling van artikel 14 Verdrag gaat om in het woonland of in derde landen (dus buiten het reguliere werkland) gewerkte werkdagen (ook als dit niet vanuit het huisadres is). In artikel 18 Verdrag zijn afhankelijk van de situatie de werkdagen in of buiten de woonstaat relevant. De 34-dagen drempel heeft tot enkele vragen geleid.
Vragen/casussen
Alle vragen gaan over een inwoner van Duitsland, de antwoorden gelden echter ook in een spiegelbeeldsituatie.
- Een werknemer werkt voor meerdere Nederlandse private werkgevers deels (thuis) in Duitsland. Geldt de drempel per werknemer (belastingplichtige) of per dienstbetrekking?
- Een werknemer werkt voor een Nederlandse private werkgever minder dan 34 dagen (thuis) in Duitsland. Daarnaast werkt hij ook voor een Duitse private werkgever uitsluitend in Duitsland. Tellen dagen waarop enkel voor de Duitse werkgever wordt gewerkt mee voor de drempel?
- Een werknemer werkt voor een Nederlandse werkgever en werkt incidenteel op locatie in Duitsland (bijvoorbeeld als gevolg van congresbezoek of een kortdurende detachering). Tellen de op locatie (dus niet thuis) gewerkte dagen mee voor de drempel?
- Een werknemer werkt zowel voor een Nederlandse private werkgever als voor een Nederlandse overheidswerkgever. Geldt de drempel per werknemer (belastingplichtige) of per verdragsartikel (soort inkomen)?
- De werknemer uit casus 4 maakt een ééndaagse dienstreis naar een derde land. Op deze dag wordt ten minste 30 minuten voor zowel de private als de overheidswerkgever gewerkt. Telt deze dag mee voor zowel de drempel in artikel 14 als de drempels in artikel 18?
Antwoorden
- De drempel geldt per werknemer (belastingplichtige). Alle werkdagen in Duitsland worden opgeteld om te bepalen of het er 34 of meer zijn. Het maakt daarbij geen verschil of er gelijktijdig voor meerdere werkgevers (in deeltijd) wordt gewerkt, of dat er volgtijdig voor verschillende werkgevers wordt gewerkt.
- Nee, de dagen waarop enkel gewerkt wordt voor de Duitse werkgever tellen niet mee voor de drempel.
- Ja, ook de dagen die op locatie in Duitsland worden gewerkt tellen mee voor de drempel.
- De drempel dient per verdragsartikel te worden toegepast.
- De dag van de dienstreis telt mee voor de drempel van artikel 14 Verdrag én voor de drempel van artikel 18, eerste lid, onderdeel b, Verdrag. Voor de drempel van artikel 18, eerste lid, onderdeel c, Verdrag is deze dag niet relevant aangezien niet in de woonstaat wordt gewerkt.






Geef een reactie