De Europese Commissie heeft onderzoek laten doen naar het gebruik van Taxpayer Identification Numbers (TIN’s), oftewel fiscale identificatienummers, en de mogelijkheden om deze nummers beter te controleren. TIN’s spelen een belangrijke rol bij de automatische uitwisseling van fiscale informatie tussen EU-lidstaten. Belastingdiensten gebruiken ze om ontvangen gegevens aan de juiste belastingplichtige te koppelen.
Dat proces verloopt nog niet optimaal. De nationale systemen verschillen sterk: landen hanteren uiteenlopende nummers, structuren en procedures. In sommige lidstaten krijgt iemand automatisch een TIN, terwijl het nummer elders pas wordt toegekend wanneer een belastingplicht ontstaat. Ook wordt bij grensoverschrijdende gegevensuitwisseling niet altijd een TIN meegestuurd. Ontbreekt het nummer of is het onjuist, dan moeten belastingdiensten gegevens zoals naam, geboortedatum en adres gebruiken. Dat kost meer tijd en kan handmatige controles noodzakelijk maken.
Het onderzoek richt zich daarom op twee mogelijke oplossingen. De eerste is een Europees TIN, gebaseerd op bestaande nationale identificatienummers. Zo’n nummer zou bijvoorbeeld bestaan uit een landcode in combinatie met het nationale TIN. Hoewel dit juridisch en technisch mogelijk is, adviseren de onderzoekers deze oplossing niet. De invoering zou aanzienlijke aanpassingen aan IT-systemen en administratieve processen vereisen, zowel bij belastingdiensten als bij financiële instellingen, platforms en andere rapporterende organisaties. De toegevoegde waarde is volgens het onderzoek beperkt.
Europese verficatietool
Meer perspectief zien de onderzoekers in een Europese verificatietool voor bestaande TIN’s. Daarmee kan worden gecontroleerd of een fiscaal nummer daadwerkelijk bestaat en bij de opgegeven belastingplichtige hoort. De huidige Europese hulpmiddelen bieden die mogelijkheid onvoldoende. Het voorgestelde systeem zou aansluiten op nationale registers, zonder één centrale Europese database met alle persoonsgegevens te creëren.
Rapporterende organisaties, zoals financiële instellingen en digitale platforms, zouden eventueel ook toegang kunnen krijgen. Zij kunnen een TIN dan al controleren wanneer zij klantgegevens verzamelen of voordat zij informatie aan de belastingdienst rapporteren. Daarmee kunnen fouten eerder worden ontdekt en kunnen latere correcties en informatieverzoeken van belastingdiensten worden verminderd.
De onderzoekers zien vrijwillige toegang voor rapporterende organisaties uiteindelijk als de meest evenredige oplossing. Verplicht gebruik zou de kwaliteit van gegevens verder kunnen verbeteren, maar brengt ook aanzienlijk hogere kosten en administratieve lasten mee. Bij invoering zijn bovendien duidelijke juridische regels en waarborgen voor privacy en gegevensbescherming noodzakelijk.
Op langere termijn kunnen de Europese Digital Identity Wallet en Business Wallet mogelijk een rol spelen bij fiscale identificatie. Volgens het onderzoek zijn deze systemen echter nog onvoldoende ontwikkeld om een specifieke TIN-verificatietool op korte termijn te vervangen.
Bron: EU, 22 september 2026






Geef een reactie